Scholieren: docenten kijken te laat na

door Christien van Gool Voeg een reactie toe
607 keer bekeken , 1 keer vandaag.

De discussie op de Onderwijsagenda van de Volkskrant, ThiemeMeulenhoff en Kennisnet is een fase verder gekomen. Nadat er een inventarisatie is gemaakt van problemen in het onderwijs waar iedereen op kon schieten (en waar massaal op is gereageerd) heeft het panel een selectie gemaakt van zes thema’s die nader zullen worden onderzocht.

De zes thema’s zijn:
1. Er is op scholen te veel organisatorische rompslomp.
2. Ouders en school zijn onvoldoende partners in onderwijs en opvoeding.
3. De arbeidsvoorwaarden voor docenten moeten op de schop.
4. In het onderwijs is te weinig maatwerk om recht te doen aan diversiteit.
5. Talenten van lerenden worden onvoldoende ontwikkeld.
6. Docenten hebben meer kennis, kunde en vaardigheden nodig.
Lees verder over de keuze van de onderwerpen op Dé Onderwijsagenda.

Het eerste thema is toegelicht. Een van de uitspraken waar heftig op wordt gereageerd is die van Kars Veling (een schoolleider!):  ‘Docenten hebben in de cao’s afgedwongen dat zij maximaal 25 uur per week 50 minuten lesgeven. De rest van de tijd moeten ze ook wat.’ Verder wordt gesteld door Maassen van den Brink: ‘Kleinere klassen dienen alleen het welzijn van de leraren, stelt zij op basis van onderzoek. Kinderen worden er niet beter van.’

Er is nog wat werk aan de winkel om deze mensen uit te leggen dat een docent nog wel iets meer moet doen dan 25 uur lesgeven van 50 minuten. Naast het feit dat 50 minuten lesgeven niet 50 minuten kost: voor de les begint, moet je zaken klaarleggen, aanzetten, leerlingen te woord staan en na afloop zijn er leerlingen die je nog willen spreken, moet je alles opruimen etc. etc. Maar goed, daar doen we niet moeilijk over.
Wat wel een grote tijdsinvestering vraagt, is het nakijkwerk. En om even aan te haken bij de kleinere klassen: hoeveel aandacht denkt men dat een individuele leerling kan krijgen in een klas met dertig tegenover een van vijftien? En hoeveel tijd denkt men dat het kost om dertig proefwerken na te kijken tegenover vijftien?
En dat hoort allemaal nog niet eens bij de organisatorische rompslomp…

Hoeveel tijd kost ons dat eigenlijk, dat nakijken? En hoe hoog staat nakijken in ons lijstje van prioriteiten? In een recente enquete door Scholieren.com eindigde het te laat nakijken van werk bovenaan in de lijst met ergernissen (verder wordt er veel geklaagd over lange schooldagen, teveel huiswerk, docenten die te strenge straffen geven en vieze wc’s).

Ik vind het zelf belangrijk om zo snel mogelijk werk na te kijken: ik probeer altijd werk de eerstvolgende les nagekeken terug te geven (en in de regel lukt me dat wel). Enerzijds omdat een belangrijk doel van toetsen is dat leerlingen er iets van opsteken en als er te lang tijd zit tussen het maken van het werk en het bespreken, weten leerlingen nog amper waar het over ging. Verder wil ik graag een goed voorbeeld geven: leerlingen moeten tenslotte ook werk op tijd inleveren.
Niet dat nakijken mijn favoriete bezigheid is! Ik vind het een van de vervelende dingen van lesgeven: die stapels nakijkwerk.
Hoe zit dat bij jullie? Zijn er scholen waar regels zijn voor het nakijken van werk? Heeft iemand een idee hoeveel tijd hij per lesuur kwijt is aan nakijken? En kloppen die klachten van leerlingen?

12 Reacties op “Scholieren: docenten kijken te laat na”

  1. Jan van de Velde zegt:

    27-uursbaan, 3-uursvakken (Na-Wi):
    9 (grotere en kleinere) klassen x 12 toetsen/werkstukken x gemiddeld 2,5 uur is ongeveer 250 mensuren per jaar aan correctiewerk. Reken daar nog ca. 50 uur bij voor degenen die een toets gemist hebben en dat later inhalen (meestal zo’n 10% van de leerlingen, en wat per leerling minstens het dubbele aan tijd kost, stukwerk zullen we maar zeggen).

    Komt dus neer op 15-20 minuten per lesuur…..

    Dat is overigens exclusief het maken van nieuwe/aanpassen van bestaande toetsen, waarin per toets nog veel meer tijd kan kruipen.

    Dat gezegd zijnde, wat moet je met die informatie? Ik zie niet wat we eraan kunnen doen. Computertoetsen met automatische correctie (nou ja, automatische foutentelling) vind ik bijvoorbeeld maar een beperkt beoordelingsinstrument, toch zeker voor de minder leesvaardige leerlingen waarmee ik veelal werk, en voor mijn vakken wiskunde en natuurkunde.

    Overigens liggen de resultaten bij mij in 95% van de gevallen de volgende les op tafel, anders max. 1 week. Dat wordt duidelijk en in zoveel woorden door de leerlingen gewaardeerd.

  2. goossen zegt:

    Tja, het artikel had ook kunnen luiden: “Leraren: Leerlingen leveren werkstukken te laat in”. Ook dat komt voor. Het is geven en nemen op school, en mopperen en klagen over elkaar is ongezond. Soms ben ik snel met nakijken, soms – zeker in de bovenbouw – moeten de kids langer wachten. Uiteindelijk keert de wal het schip: Ik ga echt niet in het holst van de nacht nakijken, ook al is de stapel nog zo hoog…

  3. Christien van Gool zegt:

    @goossen
    Daar heb jij ook weer gelijk in! Dat leerlingen zelf al niet beter zijn met op tijd inleveren. Maar werkstukken vind ik toch weer iets anders dan toetsen of proefwerken. En we moeten toch zelf het goede voorbeeld geven of niet ;-)

  4. Hannes Minkema zegt:

    De vraag mag gesteld worden *waarom* er feitelijk zo snel moet worden nagekeken. Kijk, ik begrijp ook wel dat leerlingen het ‘fijn’ vinden om snel een cijfer te krijgen en dat je als leraar kunt ’scoren’ als je bij de snelle nakijkers behoort.

    Maar wij leraren zijn er niet om te ’scoren’ en of leerlingen zomaar tegemoet moeten worden gekomen in wat ze ‘fijn’ vinden, is de vraag.

    Ik vind een termijn van maximaal twee weken voor al het nagekeken werk niet onredelijk. Er is mij uit onderzoek geen enkel feit bekend waaruit blijkt dat het leren van leerlingen er baat bij heeft om nakijkwerk sneller dan binnen twee weken terug te geven. Dat leerlingen dan ‘amper nog weten waar het over ging’ is geen goed argument. Integendeel: je kunt ook de theorie aanhangen dat door het oprakelen na twee weken er een productief soort ‘herhaling’ plaatsvindt die de leefstof langer laat beklijven. En is er met ons onderwijs niet essentieel iets mis als leerlingen binnen een week de leerstof al niet meer beheersen?

    Wat het geven van het goede voorbeeld betreft, dat kan net zo goed met een termijn ‘volgende les klaar’ als met de termijn ‘binnen twee weken klaar’. Punt is dat je je aan die afspraak houdt. En dat is bij ‘volgende les klaar’ heel wat moeilijker te realiseren dan bij twee weken, omdat je dan het nakijkwerk kunt vespreiden over de momenten dat het jou goed uitkomt.

    Kortom, ‘binnen twee weken klaar’ lijkt me uitstekend.

  5. Christien van Gool zegt:

    @Hannes
    Ja, waarom… hier moet ik even over nadenken ;-)

  6. Jan van de Velde zegt:

    “Punt is dat je je aan die afspraak houdt”.

    Mee eens, maar dan moet je ook wel een afspraak maken, dat doen zeker niet al mijn collega’s. Mijn voorkeur voor “volgende les” is simpel en persoonlijk: ik heb een hekel aan stapels, geeft me een slecht gevoel. Je moet er toch een keer doorheen.

    Wat betreft lesstofherhaling: Ik heb ook geen cijfers, maar ik heb nooit het idee dat het bespreken van een proefwerk veel “les” oplevert. Er zijn er maar weinig die het interesseert hoe het had moeten wezen. Wel laat ik ze graag zien waar ze op basisvaardigheden die door het hele curriculum steeds opduiken tekortkomen, en dat wel graag zo rap mogelijk.

  7. Niels Hooijmans zegt:

    De reactie van leerlingen kan ik prima begrijpen. Zelf ben ik ook nog niet zo lang van school af en heb het langzame nakijken ook meegemaakt (één docent presteerde het zelfs om 3 weken over een SO’tje te doen).

    @ Hannes: het antwoord op de vraag ‘waarom’ is misschien simpel te beantwoorden. De docent(e) verwacht van de leerlingen het huiswerk op tijd af te hebben. Leerlingen gaan dit dan ook van de docent verwachten. Wanneer een docent blijft hameren op het maken van het huiswerk, blijven leerlingen ook hameren op het nakijken van de proefwerken.

    Maar, dit is natuurlijk niet de enige verklaring. Er zijn geloof ik nog wel meer verklaringen voor mogelijk, zoals nieuwsgierigheid.

    Buiten dit, ben ik wel een voorstander van de ‘twee weken’. Het is een redelijke termijn en ik geloof ook niet dat veel docenten constant die twee weken nodig hebben.

  8. Christien van Gool zegt:

    @Hannes
    Je argument: ‘wij zijn er niet om lln tegemoet te komen’ kan ik net zo goed omdraaien ‘wij zijn er niet om lln te pesten’: als zij het op prijs stellen, waarom zou je daar dan niet aan voldoen? Het moet toch gebeuren zoals Jan van de Velde stelt: hoe langer ik het nakijkwerk uitstel, hoe meer ik er tegenop zie (geldt voor alle nare klussen) – en het is mooi meegenomen als lln je waarderen.
    In de enquete die met dit bericht meeliep, gaf bijna iedereen aan ‘altijd’ of ‘bijna altijd’ binnen een week na te kijken. En deze collega’s hadden ook nog tijd over om deze site te bezoeken…
    Maar nogmaals mijn vraag: zijn er scholen waar hierover afspraken worden gemaakt??

  9. Pieter van Duren zegt:

    Hmmm, ik geef nu zo’n 32 jaar les en heb al die tijd maar één criterium gehad. Door leerlingen gemaakt werk gaat altijd de eerstvolgende les terug. Whatever the consequences! En ik vind dat iedereen dat zou moeten proberen te doen.

  10. Christien van Gool zegt:

    @Pieter
    En wat is jouw motivatie daarvoor? Dezelfde als die van mij??

  11. Pieter van Duren zegt:

    Inderdaad Christien, geen andere. Leerlingen hebben daar gewoon recht op, vind ik. Bovendien ligt het gemaakte proefwerk nog vers in het geheugen en kunnen ze er veel meer van opsteken dan wanneer ze het pas later terugkrijgen. Overigens is op het Elzendaalcollege Boxmeer de regel dat gemaakte toetsen binnen een week terug bij de leerlingen moeten zijn.

  12. Lilly zegt:

    MEE EENS. Ik heb veel leer prestaties af, en waar zijn ze? nog in de kast… Niet leuk -___-’

Reageer