´ik vind het belachelijk, scholen horen je optimaal voor te bereiden voor je CE en ze moeten je dus laten wennen aan SE’s die moeilijker zijn dan de CE’s, zodat de CE’s meevallen.. misschien presteer je op de CE’s iets minder goed dan normaal, maar er hoort dan nog steeds een mooi cijfer uit te komen. hoe moeilijk is het nou!?´

Op mijn eerste bericht over dit onderwerp kwam deze reactie van een leerling. Het typeert de manier waarop leerlingen tegenwoordig denken: de school moet maar zorgen dat er een mooi cijfer uitrolt. Maar hoe zit het dan met de inspanningen die leerlingen zelf moeten leveren?
Ook als je het onlangs uitgekomen rapport van de inspectie leest, staat daar helemaal niets over de veranderende instelling van leerlingen. Het consumentisme viert hoogtij. Maar ook hun concentratieboog is niet meer wat het geweest is. En daar doen de huidige examens een heel groot beroep op. 
Ik heb afgelopen week gesurveilleerd bij het havo examen geschiedenis en het vwo examen natuurkunde. Wat me opviel is dat het examen heel uitgebreid is: hele lappen tekst met vragen en bijlages met allerlei bronnen: om te beginnen al heel veel leeswerk. Bij alle examens is dit het geval: dit is paradoxaal – naarmate onze leerlingen steeds minder lezen is dit bij het examen een vaardigheid die ze heel erg hard nodig hebben. De vele dyslectici hebben hier dus grote moeite mee.
Wat verder opviel is dat de meeste leerlingen de volledige tijd nodig hebben (bij natuurkunde ging geen van de leerlingen eerder weg, bij geschiedenis een klein gedeelte iets eerder): in een tijd waarin onze leerlingen steeds meer moeite hebben met concentratie en niet gewend zijn om drie uur aan één stuk door met hetzelfde bezig te zijn, zonder een keer hun smsjes te bekijken, zonder even te kletsen of wat dan ook, wordt hier tijdens het centraal examen een heel groot beroep op gedaan. En op de concentratie van de dyslectici nog meer want die zijn nog een half uur langer bezig.
In plaats van naar het grote verschil in cijfers te kijken, zou er misschien ook eens naar bovenstaande aspecten kunnen worden gekeken. Toetst het centraal examen wel wat het moet toetsen? Zouden er niet veel betere resultaten worden behaald als het aantal vragen op het examen met de helft wordt ingekort? Dan hebben leerlingen de tijd om rustig alles te lezen en hun antwoorden nog eens goed over te lezen voordat ze het inleveren. Nu is daar geen tijd voor en is er de voortdurende druk om alles op tijd af te krijgen.   

Onderwijsverslag Inspectie

11 Reacties op “Verschillen tussen schoolonderzoek en centraal examen 2”

  1. Willem Korevaar zegt:

    Ja die examens zijn veel te lang. Het aantal vragen kan veel minder. Wanneer je als CEVO niet in staat bent om met minder vragen het niveau te toetsen dan doe je iets niet goed. Voor aardrijkskunde, in vorige jaren, meer dan 40 vragen in 3 uur is van de zotte!
    Veel docenten hebben toen geklaagd en actie ondernomen.
    http://wereldvak.blogspot.com/2008/06/update-actie-examen-vwo.html en http://wereldvak.blogspot.com/2008/09/cevo-5-docenten-aardrijkskunde-en-het.html
    Hopelijk heeft het CEVO hier lering uit getrokken. We zullen zien……(di en woe)

  2. Paul vd Boorn zegt:

    Hoi,

    Wij van MVT op Oscar Romero in Hoorn waren het gezeur van de inspectie zat en hebben een protestbrief opgesteld.
    Misschien kunnen collega’s ons steunen. De Vereniging Levende Talen is er ook mee bezig.

    Gr

    Paul

    Stel je voor: Sven Kramer wordt door het NOC op het matje geroepen, want ze vinden dat hij als schaatser te weinig laat zien op het onderdeel “lange afstand zwemmen”. Zijn tijden verschillen te veel met de vaardigheid schaatsen.
    Raar? In het onderwijs niet.

    Een paar weken geleden moest ik, sectiehoofd Duits aan de Oscar Romero in Hoorn, bij de schoolleiding komen om over het verschil SE en CSE te praten. Wij hebben meer dan 1 punt verschil en de inspectie heeft de school daarover aangesproken. In de Levende Talen van maart 2009 staat er een artikel over deze maatregel van de inspectie. Deze verschillen moeten volgens de overheid / inspectie weggewerkt worden. Helaas is het bij de overheid / inspectie nog steeds niet duidelijk dat deze verschillen bij de MVT gewoon kunnen voorkomen, omdat je op deze manier geen vergelijking tussen SE en CSE mag maken.

    Het SE bestaat uit de vaardigheden Luistervaardigheid-Spreekvaardigheid-Schrijfvaardigheid. Dit levert bij ons een gemiddeld SE-cijfer op. Luistervaardigheid is met de beamer goed te trainen en daarin wordt bij ons aardig gescoord. Schrijfvaardigheid is tegenwoordig met alle opzoekmiddelen goed te doen. Spreekvaardigheid gaat tegenwoordig niet meer over de literatuurlijst, maar meer over persoonlijke thema’s en is (met een voldoende aanwezige woordenschat) ook goed te doen.

    Leesvaardigheid is een heel ander verhaal. Al jaren bestaat het probleem dat leerlingen (ook op VWO) nauwelijks meer kranten lezen, nieuws kijken. Dit heeft er toe geleid dat leerlingen nauwelijks meer enige algemene ontwikkeling als bagage meenemen, wat echter wel noodzakelijk voor tekstbegrip is.
    Verder is de leesvaardigheid uitgehold door het vernietigen van het literatuurprogramma MVT in de Tweede Fase (bij sommige scholen keert het programma nu weer terug naar het vak, maar het lezen van 12-15 boeken voor je lijst bestaat niet meer).
    Een nieuwe maatregel van het CITO laat zien, hoe slecht het met de woordenschat van de huidige leerlingen gesteld is: tegenwoordig mag een leerling niet alleen een woordenboek Du-Ne, maar ook Ne-Ne gebruiken, want het komt steeds meer voor dat leerlingen de gevonden betekenis van een Duits woord niet begrijpen. Ook bij het leren van het examenidioom gebeurt dit steeds vaker.
    Het examen zelf is naar mijn mening ook aan herziening toe, vooral op het gebied van het te grote aantal teksten.
    Het argument om de cijfers SE en CSE naar elkaar toe te brengen door ook Leesvaardigheid in het SE op te nemen vind ik heel slecht, omdat dan het procentuele aandeel van deze vaardigheid nog groter wordt. Daarom adviseert het SLO dringend dit niet te doen.

    Het feit, dat deze vaardigheid dus niet te vergelijken is met de andere 3 vaardigheden, leidt tot de conclusie, dat de inspectie met hun maatregel fout bezig is. Ik wil als docent best verantwoording afleggen over de door mijn leerlingen behaalde resultaten, maar dan wel op een eerlijke manier:

    • Sinds een paar jaar levert het Cito een mooie vergelijking van mijn leerlingen met het landelijk gemiddelde. Ik wijk daar statistisch gezien niet significant van af en scoor bij sommige vraagsoorten zelfs hoger dan het gemiddelde. Hier heeft de inspectie goed vergelijkingsmateriaal. Wijk ik er negatief te veel van af, dan moet de inspectie ingrijpen.
    • De overheid zou de oneerlijke verdeling van cijfers moeten veranderen. Nu telt het CSE Leesvaardigheid voor maar liefst 50% mee in het totaal, terwijl het maar 1 van de 4 vaardigheden is. Men zou dat percentage moeten verlagen naar 25 % en de Cito-Luistertoets in het eindexamenjaar ook landelijk moeten afnemen en die voor 25% laten meetellen. Zo heeft de overheid toch nog 50% in handen, maar eerlijker verdeeld en goed met het landelijk niveau te vergelijken. Dit houdt in, dat de PTA’s aangepast zouden moeten worden. In 4H & 4V/5V kun je een PTA hebben met alle vaardigheden, dat een overgangscijfer oplevert. Het voordeel is, dat je dan ook de Leesvaardigheid in het cijfer kunt meenemen. In het eindexamenjaar wordt dan dus 25% door de Kijk-Luistertoets bepaald en 25% door de Leesvaardigheid, geregeld door de overheid. Op schoolniveau vindt er een toets Schrijfvaardigheid plaats, die door de inspectie gekeurd kan worden. De toets Spreekvaardigheid vindt ook op schoolniveau plaats. Deze toets is per definitie nauwelijks te vergelijken en de meest subjectieve vaardigheid van de 4. Er bestaat natuurlijk ook de mogelijkheid om, indien gewenst, andere onderdelen in de overblijvende 50% onder te brengen, zoals bijv. literatuur.

    Op deze manier is de inspectie inhoudelijk met de MVT bezig en niet met een ambtelijke maatregel, die niet bij de MVT past.

    Na het gesprek met de afdelingsleider over de maatregel verwoordde mijn collega dhr. Franssen mijn gevoelens op een mooie manier:

    “Waarom worden we niet gecomplimenteerd met het feit, dat we op de andere 3 vaardigheden zo goed scoren?”

    Paul van den Boorn
    Sectiehoofd Duits Oscar Romero, Hoorn

    Ook namens de gehele sectie Duits & Frans & Spaans & Engels van de SG Oscar Romero, Hoorn

  3. Christien van Gool zegt:

    Ik geef zelf ook een taal (Engels) en ben het helemaal met je/jullie eens!
    Hoe ligt dat bij andere vakken? Zijn er collega’s die dezelfde vaardigheden / vakinhouden toetsen op SE en CSE?

  4. Marieke zegt:

    Ja, die vakken zijn er wel. Ik geef Klassieke Talen, en het SE bestaat voor het overgrote merendeel uit toetsen die dezelfde vaardigheden toetsen als het CSE. Dezelfde vakinhouden ook (qua grammatica, stijlfiguren e.d.), alleen de teksten en schrijvers zijn andere. Bij ons vak is het dus heel goed mogelijk, en de bedoeling, dat een klas gemiddeld ongeveer even hoog scoort op SE als op CSE.

  5. Christien van Gool zegt:

    @Marieke
    En is dat bij jou ook het geval??? Ik hoor van steeds meer scholen dat directies docenten ter verantwoording roepen (als gevolg van de al dan niet terecht gevoelde druk van de inspectie waarschijnlijk)

  6. Marieke zegt:

    Docenten zouden soms juist directies ter verantwoording moeten roepen als het verschil te groot is ;-) Het heeft nl. nogal eens te maken met het aantal lesuren dat je krijgt. Bij ons zit het altijd wel goed, maar wij hebben dan ook veel lesuren. Ik zie bij de tweede correctie regelmatig scholen voorbijkomen waar de SE-cijfers veel hoger zijn dan die bij het CSE. De betreffende docenten weten mij dan altijd te vertellen dat ze maar twee lesuren hebben in de examenklas (landelijk gemiddeld drie).
    Krijg je wel genoeg lesuren en is het verschil dan nog te groot, dan kan je dat bij een vak als het mijne terecht verweten worden, alhoewel je ook wel weer rekening moet houden met discrepanties omdat de groepen vaak klein zijn. Als je zes examenkandidaten Grieks hebt en drie daarvan besluiten voor het CSE niet meer te leren omdat ze toch hoog genoeg gemiddeld staan, dan drukt dat enorm op het gemiddelde.

  7. Marieke zegt:

    Hoe groot de druk van de inspectie op schoolleidingen is weet ik eigenlijk niet, maar de secties MVT van het Oscar Romero, die hun protestbrief richten aan de inspectie en niet aan hun eigen schoolleiding, schatten die kennelijk in als hoog.

    Met de klacht over teveel leeswerk bij het CSE ben ik het trouwens eens. Bij geschiedenis kan ik me er nog wat bij voorstellen, maar als het bij natuurkunde ook het geval is wordt de niet-talige beta benadeeld.

  8. Hannes Minkema zegt:

    De lengte van een examen (gemeten in aantal vragen) is sterk bepalend voor de betrouwbaarheid. De betrouwbaarheid is een noodzakelijke technische kwaliteit, die uitdrukt in welke mate je staat kunt maken op het cijfer. Is het ‘toevallig’ dat Pietje een vijf heeft en Jantje een acht, of zou herhaling van het examen eenzelfde cijfer opleveren?

    Voor selectiedoeleinden (gezakt/geslaagd) is een betrouwbaarheid van minimaal 0,80 vereist. Het havo- en vwo-examen aardrijkskunde van 2008 had een betrouwbaarheid van 0,71 resp. 0,75. Iets te weinig dus, wat er in resulteert dat er iets teveel leerlingen ten onrechte een voldoende kregen, en andere leerlingen ten onrechte een onvoldoende – door het niet voldoende betrouwbaar meten.

    Kortom: er is een uitstekende reden om zoveel vragen in het examen op te nemen. Leerlingen hebben immers recht op een betrouwbaar examen, waarbij hun prestatie zo min mogelijk van pech of geluk afhangt. Een examen met aanzienlijk minder vragen zou véél te onbetrouwbaar zijn.

  9. Hannes Minkema zegt:

    Ik ben het maar half eens met Paul v.d. Boom van het Oscar Romero.

    Hij heeft gelijk dat er geen inhoudelijke reden is waarom CE en SE dezelfde cijfers zouden moeten opleveren. Het gaat bij MVT en NE inderdaad om uiteenlopende domeinen.

    Tegelijk is er geen intrinsieke reden waarom schrijven, luisteren en literatuur op zichzelf gemakkelijker zijn dan lezen. Alles hangt af van de norm die je stelt. Zijn leerlingen soms zoveel beter in schrijven dan in tekstverklaring? Wie schrijfsels van eerstejaars studenten bekijkt, kan dat toch slecht met droge ogen beweren.

    Het probleem is niet het verschil in cijfergemiddelde. Het verschil is het ontbreken van een inhoudelijke norm: wat moet een leerling kunnen voor een zes? Voor een vier? Voor een acht? En hoe komen we aan die norm?

    Minstens zo ernstig is het feit dat de leerling op school X voor zijn prestatie een 5 krijgt, terwijl hij op een andere school voor diezelfde prestatie een 7 gekregen zou hebben. Dat verschil in strengheid – bij examens! – valt met Pauls argument niet weg te poetsen.

    Het argument dat het gemiddelde van Pauls leerlingen ‘niet significant afwijkt’ van een landelijk gemiddelde, is zinloos. ‘Significante afwijkingen’ hebben betrekking op steekproef-populatie-generalisaties, niet op de populatie van je eigen klas. Ligt je klas een half punt boven het landelijk gemiddelde, dan is dat een half punt. Niet ‘een niet-significant verschil dus mijn leerlingen wijken niet af van het landelijk gemiddelde’. Dat is een onjuiste interpretatie.

    Een half punt hoger is trouwens véél hoger! Paul en zijn collega’s zouden zeker ook moeten letten op het percentage onvoldoendes, bij hen op school en landelijk. Dat moet dan ook flink verschillen.

    Tot slot: waarom zou elke vaardigheid even zwaar moeten wegen in de bepaling van het eindcijfer? Leesvaardigheid is voor de vervolgopleiding dikwijls veel belangrijker, dus mag het van mij echt meer gewicht hebben dan luistervaardigheid.

  10. Christien van Gool zegt:

    Voor Engels is dat zeker niet het geval: de meeste Masterstudies worden tegenwoordig in het Engels gegeven en ‘papers’ moeten ook in die taal worden geschreven.
    Dat het onderwijs beter zou kunnen en moeten, daar zijn we het geloof ik wel over eens.

  11. Paul vd Boorn zegt:

    Een paar opmerkingen:
    # de andere vaardigheden zijn per jaar in kleinere toetsen opgedeeld en kunnen zo tot een beter cijfer leiden.
    # Kijk-Luisteren van het CITO is de laatste jaren steeds makkelijker geworden (dus hogere cijfers) in tegenstelling tot het CSE (met als negatief hoogtepunt de ramp met HAVO Duits 2009-tijdvak 1)
    #Normeringen: helemaal mee ens. Dat zou mooi zijn, als dat ook landelijk zou kunnen worden.
    #Het Cito stuurt van het CSE een analyse van je eigen klas. Ik zit daar op het landelijk gemiddelde, ik wijk niet af (hoezo schrijf je : half punt afwijking). Je kunt dat in de analyse ook per vraagsoort zien.
    #Waarom zou bij Duits, Frans, Spaans de leesvaardigheid zwaar moeten meetellen. De enkeling die het gaat studeren redt het toch wel. Voor de anderen is dat echt geen noodzakelijke taal voor de studie.
    #Mijn argument over het afsterven van de leesvaardigheid in het algemeen (1 van de oorzaken van het lage CSE) behandel je niet. Dus ben je het eens met mij?

    Gr

    Paul

Reageer


− 1 = twee