De Inspectie van het Onderwijs heeft onderzoek gedaan naar de zelfstandige exameninstellingen voortgezet onderwijs. Jongeren en volwassenen kunnen via deze, niet door de overheid betaalde, instellingen een diploma voortgezet onderwijs behalen.

“Analyse van de examencijfers laten zien dat examenkandidaten bij deze instellingen over het algemeen buitengewoon lage cijfers halen voor het centraal examen. De cijfers op de door de school georganiseerde schoolexamens liggen meestal ruim 0,5 punt boven die van het centraal examen. De verschillen zijn veel groter dan in het bekostigde onderwijs. De inspectie vindt dit verschil ontoelaatbaar, en zal intensief op de examentoetsing blijven toezien.”

Het intrigreert me in hoge mate als de inspectie zegt dat een verschil van 0,5 punt tussen schoolexamens en centraal examen ontoelaatbaar is. Ik vind een verschil van een half punt helemaal niet zo dramatisch. Er zijn veel vakken waar hele andere vaardigheden worden getoetst op schoolexamens en centrale examens.

Ik heb naar de rapporten gekeken en er is inderdaad uitgebreid onderzoek gedaan waarbij de cijfers zijn bekeken en er gemiddelden per opleiding zijn uitgerekend. Een paar kanttekeningen bij deze berekeningen: er is gekeken naar gemiddelden over de hele school. Als je dat doet voor een klein aantal leerlingen (want het gaat niet om grote aantallen bij het particulier onderwijs) dan krijg je altijd grotere verschillen dan als je dat doet bij een grotere groep (zoals in regulier onderwijs).
De particuliere scholen hebben veel probleemgevallen (zie rapporten) – veel dyslectische leerlingen bijvoorbeeld: het verbaast me niet dat deze leerlingen voor het centraal schriftelijk eindexamen voor mijn vak (Engels) slechter scoren dan voor hun schoolonderzoek waar een mondeling in zit en een luistertoets. Het centraal examen kost heel veel leeswerk en daar zijn deze leerlingen in de regel slechter in, ook als ze verlenging hebben.
Verder zou ik dan graag de schoolonderzoeken zelf willen inzien om te kunnen beoordelen of hier sprake is van iets ontoelaatbaars: alleen op basis van gegeven cijfers kun je volgens mij niet zo’n zware conclusie trekken. Zijn die schoolonderzoeken te makkelijk? Is er te soepel beoordeeld?
Dan is er nog het punt van motivatie: iemand die een redelijk goed cijfer heeft staan voor zijn schoolexamens, zal minder hard werken voor zijn centraal examen. ‘Ik hoef maar een 4 te halen om een 6 te scoren’. Ik kan me zo voorstellen dat de leerlingen die in het particulier onderwijs belanden een dergelijke instelling hebben. Ze belanden daar niet voor niks.

Dus: is het ontoelaatbaar als er 0,5 punt verschil zit tussen schoolexamen en centraal examen op particuliere instellingen? Wat vinden jullie?

Persbericht Onderwijsinspectie

9 Reacties op “Verschillen tussen schoolonderzoek en centraal examen”

  1. Marieke zegt:

    Ik zou weleens willen weten hoe vaak een verschil van 0.5 punt voorkomt op de gewone scholen. Nu krijgen de particuliere scholen de zwartepiet toegespeeld, maar hoe terecht is dat? Dienen zij wellicht als bliksemafleider?

  2. Marieke zegt:

    Overigens is de kans op afwijkingen bij kleine groepen (die je in het particulier onderwijs veelal ziet) ook groter. Die twee leerlingen die een verbazend goede dag hadden, of juist besloten hadden niet meer te leren, tijdens het CE, maken op het gemiddelde van een klas van 30 weinig uit. In een groepje van tien kunnen zij het groepscijfer flink omlaag of omhoog halen.

  3. Ilse zegt:

    Ik vind het ook een erg klein verschil. Het werk van de inspectie lijkt mij erg gericht op kwantitatieve metingen en niet op de kwaliteit van het onderwijs.

  4. hoi zegt:

    ik vind het belachelijk, scholen horen je optimaal voor te bereiden voor je CE en ze moeten je dus laten wennen aan SE’s die moeilijker zijn dan de CE’s, zodat de CE’s meevallen.. mss presteer je op de CE’s iets minder goed dan normaal, maar er hoort dan nog steeds een mooi cijfer uit te komen. hoe moeilijk is het nou!?

  5. Christien van Gool zegt:

    @hoi
    Wat vind je belachelijk? Mijn stukje of wat de inspectie doet? Wat bedoel je met hoe moeilijk is het nou: voor docenten of voor leerlingen??

  6. Docent VO » Blog Archive » Verschillen tussen schoolonderzoek en centraal examen 2 zegt:

    [...] mijn eerste bericht over dit onderwerp kwam deze reactie van een leerling. Het typeert de manier waarop leerlingen tegenwoordig denken: de [...]

  7. Hannes Minkema zegt:

    Anders dan je denkt, is een verschil van 0,5 punt tussen twee mega-gemiddelden (CE en SE over alle leerlingen en alle vakken) NIET klein.

    Om dat te begrijpen, moet je naar de standaarddeviatie kijken: een maat voor de variatie binnen elke groep. De verhouding tussen het verschil in CE- en SE-gemiddelde en die standaarddeviatie laat zien of je van een klein, middelmatig of groot verschil kunt spreken.

    Daarbij geldt als vuistregel dat als die verhouding ongeveer 0,3 is, het verschil klein genoemd mag worden, met 0,5 is het gemiddeld en vanaf 0,7 noemen we het verschil groot.

    Uit de examenverslagen van het CITO haal ik dat de standaarddeviatie van de examens ca. 1,2 tot 1,3 is. Dat betekent dat wellicht twee derde van je leerlingen scoren binnen de bandbreedte ‘gemiddelde min 1,2′ en ‘gemiddelde plus 1,2′. Is je klassengemiddelde een 7, dan scoort twee derde van je leerlingen tussen de 5,8 en de 8,2.

    Een en ander betekent dat een verschil in gemiddelde tussen CE en SE van 0,5 geïnterpreteerd moet worden als iets onder ‘een gemiddeld verschil’ Niet groot en niet klein dus, maar er tussenin.

    Echter, je moet bedenken dat we het dan hebben over het *gemiddelde* SE over alle vakken. Als dat een *gemiddeld* verschil van 0,5 punt oplevert, zit dus ongeveer de helft van alle schoolvakken daarboven! Die hebben dus een veel groter verschil met het CE. Er zijn vakken die voor het SE rustig een heel punt, anderhalf punt of zelfs twee hele punten hoger scoren dan op het CE. Dat is toch echt te gek.

    Ook moet je bedenken dat de Inspectie 0,5 punt verschil als een ondergrens beschouwt. Men stuurt pas een brief als je boven dat halve punt zit. En men doet pas moeilijk als je boven een héél punt zit.

    Ik vind dat dit in het belang van de kwaliteit van de examinering is. Ik vind het al van de gekken dat scholen ueberhaupt hun eigen vlees mogen keuren – liever zag ik alle examens extern afgenomen, maar daar zullen leraren zich massaal tegen verzetten. Liever houdt men een vinger in de pap, en toont zich daarin minder moedig dan menige buitenlandse collega die de externe examens niet vreest.

    In dat opzicht is het goed als er meer centrale examens zouden komen (voor schrijf- of luistervaardigheid bijvoorbeeld) in plaats van de schoolexamens. Voor Nederlands is dat al in de maak.

  8. Christien van Gool zegt:

    @Hannes
    Dank voor dit lesje: van die standaarddeviatie heb ik nooit zoveel begrepen.
    Wat centrale examens betreft: bij de talen wordt de Cito luistertoets door bijna alle scholen gebruikt (zonder verplichting) – er wordt al jaren voor gepleit om die op te nemen in het centraal examen en samen met leesvaardigheid het cijfer te laten bepalen. Maar dat wil OC&W niet (te duur omdat men dan verantwoordelijk is voor de apparatuur en de afnamecondities). Ik denk niet dat er zo’n massaal verzet zou komen tegen het opnemen van de luistertoets!
    Verder zijn er ook wel vraagtekens te plaatsen bij de centrale examens – die worden als onkreukbaar gezien. De rol van leerlingen tenslotte is ook niet gering (calculerend studeren), vooral bij de leervakken.

  9. Hannes Minkema zegt:

    In drie klaslokalen bevinden zich drie groepen leerlingen. In elk klaslokaal zijn de leerlingen gemiddeld 1.50 meter lang.

    Je loopt klas 1 binnen. Je treft er tien leerlingen aan die alle tien precies 1.50 lang zijn. Hun gemiddelde is dus inderdaad 1.50 meter. Maar hun onderlinge variatie is nul. Een ander woord daarvoor is de standaarddeviatie. Die is in lokaal 1 dus nul.

    Nu loop je klas 2 binnen. Je treft er tien leeringen aan, van wie er maar weinig precies 1.50 meter lang zijn. Ze variëren zo’n beetje tussen de 1.40 en de 1.60 meter. Ze zouden uit dezelfde klas kunnen komen. Er is onderlinge variatie, maar die is niet groot. De standaarddeviatie is maar een paar centimeter, laten we zeggen 5. Maar het gemiddelde is dus hetzelfde als in lokaal 1.

    Tot slot loop je lokaal 3 binnen. Opnieuw tien leerlingen, maar nu lijkt het wel alsof ze zowel uit de brugklassen als uit VWO-6 zijn gerecruteerd. De kleinste meet maar 1.30 meter, de grootste is een boom van 1.90 meter. Maar het gemiddelde van alle tien is nog steeds precies 1.50 meter. De onderlinge verschillen zijn echter veel groter. De een wijkt 20 centimeter van het gemiddelde af, de ander wel 40 centimeter. De standaarddeviatie zal in dit lokaal zo’n 12 tot 15 cm. bedragen.

    De standaarddeviatie is dus een maat voor de verschillen in een groep. Deze maat is belangrijk om groepen te vergelijken, net als het gemiddelde. Een ander voorbeeld kan dat verduidelijken.

    Stel: je meet het IQ van 1000 jongens en 1000 meisjes. Je vindt dat de mannen een gemiddeld IQ hebben van 100,1 en de meisjes een gemiddeld IQ van 99,9. Hè verdikkeme! Dat valt tegen. Maar hoe erg is dat nu? Zegt dit (kleine) verschil in gemiddelde wel IETS over een individuele jongen of meisje? Nee. Want de standaarddeviatie – de onderlinge verschillen – in elke groep zijn groot. Net als de jongens variëren de meisjes in IQ tussen de 60 en de 140. Met zo’n grote variatie is een verschilletje van 0,2 totaal nietszeggend. Geen jongen hoeft zich bevoordeeld en geen meisje benadeeld te voelen door het verschil in groepsgemiddelde. De (variatie in) persoonlijke factoren is veel belangrijker.

    Zo, dat was weer een lesje! Dat heb je he, op een docentenforum.

Reageer


5 + drie =