Ik vind nascholing belangrijk. Al jaren organiseer ik studiedagen en congressen omdat ik denk dat docenten vooral iets hebben aan vakgerichte nascholing. En wie kan beter bepalen wat zinvol is voor het vak dan docenten zelf.
Het verbaast me dan ook altijd in hoge mate dat er zoveel collega’s zijn die nooit naar scholingsdagen gaan: iemand die zijn/haar vak serieus neemt, zorgt dat hij/zij op de hoogte blijft van nieuwe ontwikkelingen. Het geeft een kick om nieuwe ideeen te krijgen en het is geruststellend als je met collega’s praat die met dezelfde problemen worstelen.

Elke docent heeft in zijn jaartaakformulier een aantal uren beschikbaar voor nascholing (afhankelijk van de omvang van de aanstelling) en elke school beschikt over geoormerkte nascholingsgelden: de voorwaarden en faciliteiten zijn er dus voor docenten om naar een vakcongres te gaan of andere bijeenkomsten bij te wonen.
Jawel, zegt u dan, de school heeft wel een heleboel geld maar dat wordt besteed aan het inhuren van dure bureaus die een studiedag voor de hele school organiseren (waarvoor lesuitval géén probleem is) en waar menig collega met tegenzin heengaat.
Als een individueel docent met een verzoek komt voor een dag scholing op een lesdag, dan is dat op veel scholen (nog steeds) een probleem. Dan wordt er geschermd met teveel lesuitval. Niet echt een stimulans voor docenten om zich op te geven.

Bent u het met me eens dat vakgerichte nascholing het meest zinvol is? Zo ja, wat kunnen we er dan aan doen om schoolleiders ook enthousiast te krijgen en voorrang te laten geven aan vakgerichte scholing? En om collega’s te stimuleren om zich te scholen. Juist ook die collega’s die we nooit zien op onze congressen.

8 Reacties op “Vakgerichte nascholing!”

  1. Antoine van Dinter zegt:

    Ik vind ook dat vakgerichte nascholing het beste werkt. Wanneer iets verplicht wordt opgelegd, zijn docenten minder gemotiveerd.

    We hebben op onze school ook wel eens een bijscholing gehad, maar daar hadden we als team voor gekozen. Dit was ook een zeer goede scholing. Het ging om het voeren van mentor-gesprekken. Door docenten zeggenschap te geven over de nascholing vergroot je in mijn ogen de betrokkenheid. Dus scholing op school hoeft niet per se slechter te zijn.

    Voor een meer vakgerichte scholing kies ik toch liever zelf een aantal zaken uit. Vaak spreek je mensen, wissel je idëeen uit, hoor je oplossingen voor problemen waar je tegen aanloopt en kom je nieuwe zaken te weten. Voor mijzelf is het in ieder geval om bij te blijven en om nieuwe idëeen en misschien nog wel belangrijker, nieuwe energie op te doen.

    Ik denk dat het per school erg verschilt hoe met nascholing wordt omgegaan. Ik moet daar aan toevoegen dat ik het op mijn school erg getroffen heb: daar wordt eigenlijk nooit moeilijk gedaan over nascholing. Het staat zelfs in de schoolgids vermeld. Je moet dit ook zien als een investering in je meest waardevolle kapitaal: de docent.

  2. Marieke zegt:

    Voor mij is het helder: vakgerichte nascholing werkt absoluut het beste. Ik ben benieuwd naar de resultaten van de poll daarover op deze pagina, eens zien hoe de rest van het veld erover denkt.

  3. Hannes Minkema zegt:

    Wat helaas nodig is, is een gevecht met schoolleidingen om de macht over de eigen professionaliteit van leraren.

    Sinds schoolleidingen het in hun hoofd hebben gehaald om ‘onderwijskundig leiderschap’ ten beste te geven, zijn ze zich ernstig gaan bemoeien met de beroepspraktijk van leraren (hoe we moeten lesgeven, welke uren klassikaal en welke in keuzewerktijd, “50% centraal” etcetera). En daarbij zijn ze zich gaan bemoeien met de ‘professionalisering’ in het kader van ‘integraal personeelsmanagement’. Vandaar de talloze ‘teamscholingsdagen’ met een algemene APS-inleider over een algemeen onderwerp waarbij iedereen algemeen de dag uitzit en algemeen na afloop weer doet wat hij/zij voorheen ook al deed.

    Dat werkt dus niet.

    Voor mijn vak, Nederlands, is het aanbod aan vakgerichte nascholing in tien jaar tijd vrijwel geheel opgedroogd. Oorzaak: secties beschikken niet meer zelf over een nascholingsbudget, maar moeten dat wegslepen voor de poort van de schoolleiding, die net zelf een vijfduizend euro durende managementcursus en een achtduizend durende ‘studiereis’ heeft gevolgd. De vakgerichte scholing droogt niet op omdat leraren het niet zouden willen, maar omdat het ze in de praktijk moeilijk wordt gemaakt deze te volgen. Lesuitval? Ondenkbaar. Vrije keuze? ‘Je collega is vorig jaar al geweest, vraag hem/haar maar wat er uit kwam’. Vergoeding? ‘Je krijgt maximaal X euro, de rest moet je zelf bijleggen’.

    Héél misschien brengt het lerarenregister van Levende Talen verbetering. Mits leraren dat oppakken én mits schoolleiders het zien als een legitieme reden om vakgerichte nascholing te volgen. Maar bij dat lerarenregister (BIT) liggen talloze voetangels en klemmen op de weg. Ten eerste moet het geen bureaucratisch gedrocht worden. Ten tweede moet het puur op het vakleraarschap gericht zijn, terwijl de grootste bemoeial (SBL) er juist zoveel mogelijk ‘generieke competenties’ in wil hebben. Ten derde is er een reële kans, nou ja dreiging, dat schoolleidingen zich met dat register willen bemoeien en het gaan gebruiken als stok om – ongeregistreerde – honden mee te slaan.

    Wordt ongetwijfeld vervolgd.

  4. Christien van Gool zegt:

    Het is hier natuurlijk én / én: docenten moeten gewoon hun rechten opeisen en schoolleidingen moeten tot het inzicht komen dat vakgerichte nascholing echt het beste is voor hun docenten. Je zou hier op school geen gevecht over moeten hoeven te voeren.

  5. Hannes Minkema zegt:

    Christien, ook jij bent gepokt en gemazeld in het onderwijs en ook jij weet dus dat het bepaald niet ‘gewoon’ is dat leraren hun rechten opeisen. Evenmin zullen de meeste schoolleiders zonder slag of stoot tot een inzicht komen dat hun geld kost. Laat staan tot het inzicht dat hun docenten expertise verwerven waar zij als schoolleider geen vat op hebben – steeds minder schoolleiders vinden de vakdeskundigheid van hun leraren écht belangrijk, getuige het recht dat ze claimen om – stilzwijgend – onbevoegden aan het werk te zetten en het gemak waarmee ze dat blijken te doen.

    Je schreef al dat jij er op jouw school weinig last van hebt. Good for you! Maar naast jouw school zijn er nog 799 in Nederland, waar de mores toch echt anders zijn. Inmiddels wordt één op de drie lessen in het voortgezet onderwijs gegeven door onbevoegden. En hun schoolleiding vindt vakinhoudelijke scholing voor hen zo onbelangrijk, dat ze jarenlang onbevoegd – en stilzwijgend – aan de slag blijven zonder dat er een diploma wordt behaald.

  6. Christien van Gool zegt:

    Nee, docenten eisen hun rechten niet op! Maar ligt dat dan ook niet een beetje aan die docenten zelf??? Ik verbaas me er vaak over hoe iedereen maar loopt te klagen onder elkaar maar er worden nooit consequenties aan verbonden. ‘Het is nu eenmaal zo’ ‘het wordt allemaal al van hogerhand beslist’: zelfs de wegen die er zijn worden weinig bewandeld (MR, vakbond).

    @eerder bericht
    Ik zie nog niet hoe het BiT (lerarenregister) hier uitkomst kan gaan bieden. Daar moet je je ook vrijwillig voor melden. Doen docenten dat dan wel? En als je je niet registreert, worden er dan consequenties aan verbonden? En door wie dan wel? Een schoolleiding die al docenten tekort komt?

  7. Docent VO » Blog Archive » Vakgerichte nascholing zegt:

    [...] mijn eerdere bericht van 17 maart over Vakgerichte Nascholing liep er een enquête mee met als stelling [...]

  8. Hannes Minkema zegt:

    Tuurlijk ligt het ook aan de docenten zelf. Juist omdat het niet verstandig lijkt dat we ons daar massaal bij neerleggen, kwam ik tot mijn constatering dat er ‘helaas een gevecht nodig is’ met schoolleidingen om die rechten op te eisen. Het is duidelijk dat leraren ze vanzelf niet in de schoot geworpen worden.

    De middelen om ‘je recht te halen’ zijn niet heel groot. Op sommige scholen maak je alleen kans als je een grote mond hebt – als je je dat kunt veroorloven – en het je niet kan schelen dat de schoolleiding je dat kwalijk neemt.

    Terwijl je iets vraagt dat normaal hoort te zijn: een leraar die op zijn vakgebied en vakdidactisch wil bijblijven.

    Naast de risico’s van het lerarenregister die ik al noemde heeft het – misschien – een duidelijk voordeel: het is georganiseerd door de beroepsgroep zelf, en ook hun eigendom. Je hoeft dus niet bij de schoolleiding aan te komen met ‘ik wil die cursus doen omdat hij mij toevallig zo leuk lijkt’ maar ‘omdat ik dat nodig heb voor mijn registratie als docent’. Een beroepsregister heeft naast status ook echt inhoud, en dat valt niet zomaar door schoolleiders te bagatelliseren.

    Temeer daar we momenteel de minister mee hebben; ook die vindt dat leraren zelf moeten kunnen beslissen over de professionalisering die bij hun past.

    Voor de duidelijkheid: ik ben geen registeradept, ik ben zelfs tamelijk sceptisch, maar wil de kans dat het slaagt niet bij voorbaat laten lopen.

    Enfin, binnen Levende-Talenverband moeten we daar nog grondig over discussiëren. Dat gebeurt veel te weinig, vind ik.

Reageer


negen + 9 =