Vanmiddag was ik er in geslaagd om een van mijn 5havo-leerlingen die nooit iets doet, echt aan het werk te krijgen (zij het voor 5 minuten). Hij is eigenlijk te slim voor een havo leerling en kan het zich veroorloven om weinig uit te voeren.
In een goede bui knoopten we een gesprekje aan: we kregen discussie over titels en wanneer je nou doctorandus was. Ik vertelde dat je daarvoor een universitaire studie moet doen en dat ik dat had gedaan. Hij keek me vol ongeloof aan: ‘U, doctorandus, maar wat doet u dan hier?’ Hij kon het niet bevatten. 
Misschien omdat ik het leuk vind om les te geven, kwam mijn wat aarzelende antwoord (het is een klas die niet echt gemakkelijk is). Dit bracht nog meer ongeloof op zijn gezicht. ‘Leuk? Om hier les te geven?’
Hij had al niet zo’n hoge pet van me op maar ik steeg niet bepaald in zijn achting.
Tja, hoe leuk is het eigenlijk, dacht ik later toen ik een email las van mijn directeur waarin hij zich in allerlei bochten wringt om uit te leggen dat hij geen toezeggingen kan doen voor volgend jaar. Binnen mijn ROC moet worden bezuinigd vanwege wanbeheer van een van de directeuren in een totaal andere sector en tijdelijke aanstellingen mogen voorlopig niet worden verlengd.
Grappig genoeg zijn er in die havo-klas heel veel leerlingen die naar de pabo of de lerarenopleiding willen. Ik denk dat ik ze maar niet ga uitleggen hoe het zit met arbeidsvoorwaarden in het onderwijs.

8 Reacties op “Doctorandus? En dan havo lesgeven?”

  1. Piet zegt:

    Ik denk dat jouw leerling nog niet doorhad hoe weinig die titel op zichzelf voorstelt.
    Het maakt nogal verschil ofdat je psychologie in nijmegen hebt gestudeerd (ik ken 3 mensen die dat hebben gedaan en ze zeggen allemaal dat het niveau niets voorstelt hetgeen ook blijkt uit de cijfers) of aerospace engineering in Delft. Ook zal jouw leerling waarschijnlijk zich er nog niet bewust van zijn dat minstens 10% van de leerlingen op de middelbare school aan de universiteit gaan studeren.
    De titel zegt niets, wat wel interessant is is in welke tijd en aan welke universiteit je wat hebt gestudeerd.
    Eerlijk gezegd kan ik me niet voorstellen dat de slimste leerlingen leraar worden, dit gezien de magere beloning, de geringe academische en pedagogische vrijheid die je als leraar hebt, het eentonig worden van de job en nog wat meer probleempjes.
    Ik hoop van harte dat dit gaat veranderen zodat in de toekomst weer de best en brightest voor de klas staan.

  2. Christien van Gool zegt:

    Beste Piet,

    Ik maak bezwaar tegen je opmerking dat je niet voor kunt stellen ‘dat de slimste leerlingen leraar worden’ – ik vind mezelf redelijk slim en ben toch leraar geworden!!
    Maar het is wel zo dat het beter is als je niet al te briljant bent geweest als leerling: dan kun je je namelijk niet echt verplaatsen in leerlingen die iets niet snappen…

  3. Marieke zegt:

    Ik begrijp zijn opmerking wel, denk ik. Het beroep van leraar is hartstikke uitdagend, maar niet op intellectueel gebied. Je kunt je ontwikkelen op communicatief gebied en op het gebied van time-management. Daar liggen de grootste uitdagingen en als je dat interessant vindt is het een wereldbaan. Maar de slimste studenten zullen daarnaast ook een intellectuele uitdaging zoeken. Mij begint het zo langzamerhand ook wel tegen te staan dat elke cursus weer gaat over ‘hoe voer ik een gesprek met ouders?’ en ‘wat te doen als een leerling in je klas wordt gepest?’. Vakinhoudelijk hoef ik niets bij te leren, want het niveau gaat toch alleen maar omlaag ;-)
    En dat is dan alleen nog maar de inhoudelijke kant van het werk. Je hebt ook nog de financiele. De slimste studenten zullen meer kans maken op een goedbetaalde baan en dan moet je wel heel dol zijn op het onderwijs om toch voor het beroep van leraar te kiezen.

  4. Arie Hoeflaak zegt:

    Nog een ‘blessing in disguise’ t.g.v. de economische recessie: keer op keer blijkt dat bij een laagconjunctuur de animo voor een onderwijsbaan drastisch toeneemt, want de kans op een baan in driedelig pak c.q. mantelpakje plus leasebak is dan immers gering, terwijl je in het onderwijs altijd terecht kunt, en als je maar genoeg dienstjaren opbouwt kom je ook nog wel aan een redelijk inkomen. Helaas komt het omgekeerde even vaak voor…

  5. David Geneste zegt:

    Welke o welke van de volgende drie scenario’s gaat het worden:

    1) Door de economische crisis en de toegenomen werkloosheid komt een flink aantal professionals op straat te staan. Maar zelfs in tijden van grote werkloosheid zijn er maar weinig mensen die werken in het onderwijs aantrekkelijk vinden. Slechts een enkeling die de sollicitatieplicht niet kan omzeilen of het ‘wil proberen’, wordt aangenomen en komt tijdelijk ook echt voor de klas terecht. Hoezeer de overheid en sociale partners ook gehoopt hadden dat de economische crisis zomaar het einde van het lerarentekort betekende, blijft de vraag naar docenten hard groeien. Alle logica en noodzaak ten spijt, zegt de opvolger van Plasterk door het economische klimaat geen extra investeringen te kunnen doen die werken in het onderwijs structureel aantrekkelijk maken. Onze strijd van de afgelopen jaren is voor niets geweest en het failliet van het voortgezet onderwijs in Nederland is in zicht.

    2) Door de economische crisis en de toegenomen werkloosheid komt een flink aantal professionals op straat te staan. Een flink deel van deze mensen gaat of moet solliciteren in het onderwijs en krijgt gewild of ongewild een baan voor de klas. Niet omdat zij zo betrokken zijn bij het onderwijs of daar een carrière willen opbouwen maar omdat zij tot het moment dat de arbeidsmarkt over een aantal jaar weer aantrekt, verzekerd willen zijn van een vaste baan. De hypotheekkosten moeten immers gewoon betaald worden. Plasterk, of zijn opvolger, en de sociale partners gebruiken deze nieuwe aanwas om te laten zien dat zij door hun loyaliteit aan het onderwijs, het lerarentekort hebben opgelost. Van de noodzakelijke 1 miljard investering is echter geen sprake meer en in het ergste geval worden toegezegde investeringen teruggedraaid. Plasterks opvolger zegt immers dat zijn voorganger wel een lieve man was maar dat hij net zoals zijn voorgangers, niet zoveel kennis van zaken (en geld) had en de boel eigenlijk gewoon heeft laten waaien. Bovendien heeft iedereen in Nederland moeten inleveren, dus ook de leraren. Wanneer het economische klimaat over twee of drie jaar verbetert, zal de nieuwe aanwas het onderwijs weer als eerste verlaten. Hun talenten en interesses liggen immers op een ander vlak en dat lesgeven: ‘ach ja, weer ’s wat anders, maar al dat nakijken, opvoeden en vergaderen, nou, da’s niks voor mij.’ Kortom: het lerarentekort neemt weer toe, structurele maatregelen zijn nog steeds niet afdoende of zelfs afgenomen en de hele actiekermis kan weer opnieuw gebeuren. Onze strijd van de afgelopen jaren is voor niets geweest en het einde van het voortgezet onderwijs in Nederland is in zicht.

    3) Door de economische crisis en de toegenomen werkloosheid komt een flink aantal professionals op straat te staan. Deze mensen zien het onderwijs als een mogelijk alternatief voor hun vorige baan. Tevens willen zij bijdragen aan een beter opgeleid Nederland door in het onderwijs te gaan werken en kwaliteit te leveren. De overheid en de sociale onderwijspartners zien deze impuls als een kans bij uitstek om het onderwijs van het lerarentekort te verlossen, mits deze nieuwe aanwas op termijn verleid kan worden om in het VO te blijven. Dit kan door onder meer intensieve en praktische begeleiding vanuit goed uitgeruste personeelsleden en lerarenopleidingen te bieden, verhoging van de salarissen, een lagere werkdruk en goede arbeidsvoorwaarden zodat het voortgezet onderwijs vanuit een gezonde basis ook in de toekomst kan concurreren met andere branches. Om dit alles te bereiken moeten de overheid en de werkgevers direct structureel meer investeren in het voortgezet onderwijs, precies zoals Rinnooy Kan (inmiddels) twee jaar geleden voorstelde. Met dit scenario gaat het voortgezet onderwijs in Nederland een gezonde toekomst tegemoet.

  6. Christien van Gool zegt:

    @Marieke
    Nog even een reactie over intellectuele uitdaging. Zou het niet goed zijn als wij als docenten meer zouden doen aan ‘action-research’? Onderzoek doen in onze klassen om te bewijzen welke methodes van lesgeven werken. Er is heel weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan op dit terrein. Docenten zouden dat in hun eigen klassen kunnen doen. Lijkt me een aardige uitdaging voor een academisch geschoolde docent!

  7. Marieke zegt:

    Nog liever zou ik me echt in het vak verdiepen in plaats van in de didactiek ervan, zodat ik inhoudelijk steeds beter beslagen ten ijs kom, spontane vragen kan beantwoorden, anekdotes paraat heb, enz. Maar jouw suggestie is een goede tweede, lijkt me best leuk om te doen.

  8. paul zegt:

    Vreemde opmerking, Piet. Hoezo, titel zegt niets??? Dat je vrienden uit Nijmegen hun tijd hebben zitten te verdoen zegt meer over hen dan over de Universiteit waar ze al die jaren zo gastvrij zijn ontvangen. Kijk, een academische opleiding zegt in elk geval iets over doorzettingsvermogen en een zekere intelligentie; twee kwalificaties die beslist niet op iedereen van toepassing zijn, getuige je brief. Met je laatste opmerking ben ik he volmondig eens: … dat de beste en brightest weer voor de klas staan; dat is op jouw school kennelijk niet het geval.

Reageer


+ 8 = dertien