Er zijn drie afdelingen:
landbouw & natuurlijke omgeving (twee varianten) en  levensrniddelentechnologie,

Ook is er een intrasectoraal programma: landbouw-breed.

tuinb.gif (3689 bytes) Landbouw en natuurlijke omgeving:
Tuinbouw/bosbouw
groenten kweken, fruittelen, in kassen en op de koude grond werken, bloernbollen en bloemen kweken en verzorgen, tuinwerkzaamheden verrichten (zaaien, planten enzovoort) bossen verzorgen: aanplanten, rooien.
levens.gif (3206 bytes) Levensmiddelen-
technologie
het maken van levensmiddelen zoals suiker, kaas, boter, frisdranken, jam, groentenconserven, meestal in een fabriek
landb.gif (6948 bytes) Landbouw en natuurlijke omgeving: Landbouw/veehouderij akkerbouw: zaaien, planten, maaien, ploegen, sproeien, vee verzorgen: varkens, kippen, koeien, uitmesten, melken.

Intrasectoraal programma
Het  is  mogelijk om in klas 3 voor een intrasectoraal programma te kiezen.
Zo’n programma is breder dan een afdeling.
De intrasectorale programma’s zijn samengesteld uit de afdelingen binnen één sector.
De sector landbouw  heeft het intrasectorale programma:Landbouw-breedHierin zitten de vijf vakrichtingen:
plantenteelt, groene ruirnte, bloembinden en -schikken, dierhouderij en verzorging
en verwerking van agrarische producten/levensmiddelentechnologie.