Vraag & Antwoord


Op deze pagina worden alle vragen die wij per mail binnenkrijgen beantwoord.
Heeft u ook een vraag? Mail ons dan gerust!




Wat is het verschil tussen gecontroleerde en autonome motivatie?
De meest bekende vorm van extrinsieke motivatie van leerlingen is als zij iets doen (of juist niet) om straf te vermijden of beloning te krijgen. Deze vorm van extrinsieke motivatie wordt ook wel externe regulatie genoemd. Er zijn echter ook leerlingen die zichzelf onder druk zetten om een goede prestatie neer te zetten. Hun motivatie is om schuld, schaamte en angst te vermijden. Deze vorm van extrinsieke motivatie wordt geintrojecteerde regulatie genoemd. Bij zowel de externe regulatie als de geintrojecteerde regulatie ervaren de leerlingen veel stress en druk. Het betreft hier dan ook gecontroleerde (verplichtende) motivatie.

Naast bovengenoemde vormen van extrinsieke motivatie is er nog een derde soort extrinsieke motivatie: geïndificeerde regulatie. Bij deze soort motivatie begrijpt de leerling waarom het uitvoeren van bepaald gedrag wel/niet zinvol voor hem is. Ook nu gebruikt de leerling het leren (middel) om een bepaald doel te bereiken, maar het verschil met de andere vormen van extrinsieke motivatie is dat hij het doel persoonlijk belangrijk en/of waardevol vindt, hij zich hiermee kan identificeren. Zowel deze vorm van motivatie als intrinsieke motivatie zal bij leerlingen leiden tot psychologische vrijheid en keuze. Hierom vallen deze vormen beiden onder de autonome (welwillende) motivatie


Hoe moet je jongeren motiveren en laten werken voor hun eigen waarde, als de eigen waarde verdwenen is?
Allereerst is het belangrijk om te weten wat motivatie en eigenwaarde specifiek betekenen voor school. Wat houden deze begrippen precies in?

Motivatie verwijst naar datgene dat een leerling drijft om zich in te zetten voor school. Eigenwaarde refereert naar het beeld dat een leerling heeft over zichzelf met betrekking tot school.

Drijfveren motiveren een leerling om aan het werk te gaan. Voor zowel de leerling als de begeleider kan het een uitdaging zijn te achterhalen wat nu precies de drijfveren zijn. Als een leerling eenmaal weet wat zijn drijfveren zijn, dan zal zijn motivatie voor school groeien. Op de Community is een opdracht te vinden die de leerling helpt zijn drijfveren te vinden (zie ook oefeningen).

Vooral tijdens de adolescentieperiode kan de motivatie voor school ver te zoeken zijn. Dit komt vooral doordat de leerling naast schoolzaken ook andere dingen belangrijk(er) gaat vinden. Het is belangrijk dat de leerling prioriteiten leert stellen. Welke bezigheden zijn dringend en noodzakelijk en welke minder? Op de Community is een opdracht te vinden die de leerling leert prioriteiten te stellen (zie ook oefeningen).

Een lage eigenwaarde kan een leerling demotiveren om zich in te blijven zetten voor school. Het negatieve beeld dat de leerling heeft wordt daarmee bevestigd doordat goede prestaties uitblijven. Heeft de leerling een positief of negatief beeld over zijn prestaties op school? Het is belangrijk om hier met de leerling zorgvuldig naar te kijken. Laat de leerling bijvoorbeeld opschrijven hoe hij over zichzelf denkt als het om school gaat. Wat beïnvloedt zijn zelfbeeld? Als het zelfbeeld heel laag is, dan is het verstandig om hulp in te schakelen van een deskundige. Een laag zelfbeeld demotiveert de leerling niet alleen, maar het kan ook voor veel spanningen zorgen en de stemming beïnvloeden.


Wat houdt coachend vragen stellen precies in? Hoe ziet dit eruit in de praktijk? Hoe begeleid je leerlingen met motivatieproblemen?

Ik heb inmiddels, als vestigingsmanager bij Studiekring, veel werkervaring met studiebegeleiding. Daarnaast ben ik als psycholoog opgeleid en gespecialiseerd ben in de ontwikkeling van kinderen en jongeren.

Coachend vragen stellen wil zeggen dat je vragen stelt om de leerling te ondersteunen en te stimuleren bij school. In de begeleiding besteed ik veel aandacht aan het inzicht van leerlingen in hun eigen kwaliteiten en valkuilen. Ik daag de leerling uit over zichzelf na te denken. De leerling maakt een persoonlijk verslag. Elke twee maanden kijken we weer naar dit verslag om te evalueren hoe het de afgelopen periode is gegaan. Ze kunnen dan zien op welke vlakken ze zijn gegroeid en waar ze nog verder aan moeten werken.

De vragen die zij aan zichzelf moeten stellen zijn bijvoorbeeld: wat is mijn doel voor dit schooljaar?, wat ga ik doen om mijn doel te bereiken, dat wil zeggen welke afspraken ga ik maken?, waar ben ik goed in en hoe kan ik dit gebruiken om mijn doel te bereiken?, enz.

Heel interessant hoe het verslag zich ontwikkeld. In het begin zitten de leerlingen echt letterlijk naar het beeldscherm te staren ("wat moet ik nu opschrijven? Help!!!"). Weken later schrijven ze lange verslagen hele goede ideeën.