Hoe kan je als ouder je kind helpen? Vervolg

Basis onderwijs Geen Reacties »

Geschreven door Renske Derksen

Extra uitleg over het maken van een plan van aanpak

 

 

Het maken van een plan van aanpak kan lastig zijn. Het hangt ook heel erg af van wat de aandachtspunten zijn van uw kind, zodat u beter weet op welke manier u het plan van aanpak het beste vorm kunt geven. Toch zijn er er algemene aanwijzingen die nuttig kunnen zijn.

 

→ Uw zou veranderingen kunnen bewerkstelligen en een plan maken middels SMART doelen. SMART staat voor: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden. Met behulp van een voorbeeld kan dit het best uitgelegd worden.

 

Stel dat een aandachtspunt van uw kind is punt 6 van omgeving/ relatie: Ik doe zoveel dingen buiten school dat mijn huiswerk er onder lijdt. Met behulp van SMART doelen zou u en uw kind dit als volgt aan kunnen pakken.

 

Specifiek: Omschrijf het probleem, doel en plan duidelijk en concreet. Omschrijf specifiek wat uw kind exact doet buiten schooltijden en hoeveel tijd hij/zij hier mee bezig is. Overleg vervolgens hoeveel tijd uw kind nodig heeft om al zijn/haar huiswerk af te krijgen en hoeveel tijd uw kind hier momenteel aan besteed. Hoeveel tijd komt uw kind te kort om het huiswerk voldoende af te maken en te leren? Wat is er specifiek nodig voor uw kind om voldoende tijd over te houden om het huiswerk voldoende te doen? Volstaat een andere planning of is het verstandiger om sommige activiteiten (tijdelijk) te schrappen? Stel ook specifiek vast wat jullie uiteindelijk willen bereiken, wie daar betrokken bij zijn en waarom jullie het plan/doel willen bereiken. Leerlingen zijn vaak beter gemotiveerd om aan aandachtspunten te werken als zij ook weten waarom ze het doen.

Onthoud: Hoe specifieker het probleem, plan, het doel geformuleerd is, hoe beter verandering bewerkstelligd kan worden.

 

Meetbaar: Hoe weten jullie uiteindelijk of het doel bereikt is, het plan tot positieve resultaten leidt? Als, naar aanleiding van het vorige punt, is besloten om een activiteit te schrappen of verminderen, evalueer dan vervolgens na een paar weken of uw kind nu wel meer tijd heeft voor zijn huiswerk. Krijgt hij/zij zijn/haar huiswerk nu wel af en is er ook positief resultaat bij de behaalde cijfers te zien? Stel duidelijk vast hoe de situatie was voordat jullie de veranderingen inzetten en evalueer geregeld op welke manier de situatie wel/niet is verbeterd.

 

Acceptabel: Is het plan dat jullie hebben gemaakt acceptabel? Zijn jullie (ouder en kind) bereid jullie te verbinden aan de doelstelling. School is belangrijk, maar het sociale leven van adolescenten ook. Probeer samen te overleggen welke activiteit van uw kind het meest zinvol en ook meest acceptabel is om te verminderen.

Voor de 'A' van de SMART doelen zou je ook 'activerend' of 'actiegericht' kunnen neerzetten. Het plan/ de verandering die jullie maken zou tot actie en energie moeten leiden. Het is zeer aan te raden om het plan positief te formuleren en uw kind ook duidelijk inspraak te laten hebben in het plan. Op deze manier wordt de kans vergroot dat het plan tot een succesvol resultaat leidt.

 

Realistisch: Dit is een heel belangrijk aspect. Is het doel haalbaar? Is het een realistisch, aanvaardbaar plan? Of zijn de inspanningen die uw kind zou moeten leveren onaanvaardbaar, te hoog? Een onrealistisch, onhaalbaar doel zal zeer waarschijnlijk enkel tot frustratie en vervolgens minder motivatie leiden.

Met betrekking tot bovengenoemd voorbeeld: Zal het besluit om bijvoorbeeld een hobby te verminderen daadwerkelijk tot betere resultaten leiden? Of is de kans groot dat het een tegenovergesteld effect heeft. Hobby's zorgen bijvoorbeeld ook voor ontspanning. Misschien kan uw kind na het uitvoeren van deze hobby zich juist beter concentreren. Of kan hij/zij zich juist beter toe zetten tot het maken van huiswerk als hij/zij weet dat hij die avond zich kan richten op zijn/haar hobby. Overleg met uw kind wat de activiteit is die het best verminderd kan worden. Welke heeft de minste waarde voor uw kind? Ga ook na of het verminderen van een bepaalde hobby ook werkelijk zoden aan de dijk zet. Stel uw kind is dagelijks na schooltijd 5 uur per dag bezig met hobby's. Een uur minder per week zal tot weinig veranderingen leiden in de mate waarin uw kind tijd heeft voor zijn/haar huiswerk. Probeer naar onder andere deze aspecten realistisch te kijken.

 

Tijdsbepaling: Stel met uw kind vast wanneer hij/ zij een activiteit gaat minderen. Wanneer gaan jullie evalueren of het werkelijk effect heeft gehad? En stel samen vast wanneer jullie willen dat het doel bereikt moet worden.

 

Naast het werken middels SMART zijn er ook algemene aspecten waar u op kunt letten bij het maken van een plan van aanpak.

 

→ Probeer niet te veel aandachtspunten in een keer te veranderen.

 

→ meestal leidt het werken middels kleine stappen (zeker als er dingen veranderd moeten worden) beter dan middels grote stappen.

 

→ Maak duidelijke, concrete afspraken en laat uw kind zich hier ook aan houden.

 

→ Laat uw kind ook meedenken wat hij/zij denkt nodig te zijn voor veranderingen.

 

→ Schrijf het plan en afspraken ook op. Op deze manier kunnen jullie er samen nog eens naar terug kijken. Moet er na verloop van tijd iets veranderd worden in het plan, wat is bereikt en wat nog niet?

 

→ Overleg ook met anderen (mentoren, andere ouders, huiswerkbegeleiders) en laat uw kind ook met klasgenoten overleggen als jullie er samen niet uit komen.

 

Beloon uw kind als hij/ zij serieus bezig is om aandachtspunten te verbeteren

 

Vergeet niet: geef ook aandacht aan kwaliteiten van uw kind, positieve aspecten. Kan uw kind zijn kwaliteiten inzetten om zijn aandachtspunten te verbeteren.

Opdracht Concreet Verwerken

Leercompetenties Geen Reacties »

Geschreven door Patricia Hendrikx

Concreet verwerken

Wanneer de leerstof concreet wordt verwerkt, probeert de leerling betekenis te geven aan de leerstof. De leerling probeert nieuwe informatie in verband te brengen met iets wat hij al eerder heeft gezien, gehoord, gelezen of ervaren. Daarnaast kan de leerling gebruik maken van zijn fantasie om de leerstof goed te verwerken. Deze studievaardigheid kan handig zijn om leerstof efficiënter te verwerken (d.wz. Het goed opslaan van de leerstof als het gemakkelijk kunnen terug halen uit het geheugen). Hoe meer oefening, des meer profijt zal de leerling hebben van deze methode.

 

Docenten gebruiken deze methode vaak tijdens de les om de stof te verduidelijken. Vooral voor leerlingen die vastlopen met de stof, is het prettig om voorbeelden te krijgen zodat een abstract begrip meer concreet wordt. Vooral bij het begrijpen van begrippen en berekeningen is het handig als de leerling leert om abstracte omschrijvingen concreet te maken.

 

Tijdens een mentoruur kunt u met leerlingen oefenen met concreet verwerken van abstracte begrippen.

 

Opdracht Concreet verwerken

 

 

Voor de begeleider:

Maak tijdens een mentoruur groepjes van elk 3 leerlingen. Laat de leerlingen in hun schoolboeken opzoek gaan naar abstracte begrippen. Vakken zoals onder andere Geschiedenis, Aardrijkskunde, Biologie, ANW hebben vaak achterin het hoofdstuk een begrippenlijst. Daarnaast is het interessant om in ieder geval één formule te gebruiken uit een Natuurkunde-, Wiskunde- of Scheikundeboek of een grammaticaregel bij Engels, Frans of Duits.

 

Voor de leerling:

Ieder van jullie groepje zal één of meerdere abstracte begrippen omschrijven voor de ander uit je groepje.

 

  • Kies een begrip, formule of grammaticaregel

  • Probeer meerdere manieren te denken om het begrip, de formule of regel uit te leggen en te omschrijven. Je kunt bijvoorbeeld denken aan:

    - voorbeelden gebruiken

    - schema's en/of tekeningen maken

    - een verhaal bedenken

    - informatie uit het nieuws en/of andere programma's gebruiken

 

  • Leg het begrip, de formule of de regel aan elkaar uit.
  • De andere groepsleden moeten erop letten dat de omschrijving en/of uitleg zo concreet mogelijk is. Abstracte omschrijvingen zoveel mogelijk vermijden.

  • Feedback geven. Hadden de andere groepsleden het anders omschreven of uitgelegd?

  • Wat werkt het beste om de leerstof concreet te verwerken?

Hoe kan je als ouder je kind helpen?

Basis onderwijs Geen Reacties »

Geschreven door Renske Derksen

Ouders willen graag dat hun kinderen met plezier naar school gaan en ook het goed doen op school. Wanneer het minder goed gaat met een kind op school willen ouders graag helpen. Maar hoe kan je je kind het best helpen? Omdat elk kind verschillend is is er niet een formule die voor alle kinderen werkt. Wel is het voor alle kinderen, waar het niet geheel lekker loopt op school (of voor preventie), belangrijk om duidelijk te krijgen wat aandachtspunten zijn. Met behulp van de drie basisprincipes waar Studiekring mee werkt kan hier meer zicht over worden gekregen.

 

 

Studiekring gaat uit van competentie, omgeving/relatie en autonomie. Competentie betreft studievaardigheden en vakinhoudelijk kennis. Bij omgeving gaat het om de fysieke en sociale leeromgeving. Autonomie omvat zelfstandigheid, inzicht en motivatie. Studiekring heeft aan de hand van deze basisprincipes een vragenlijst ontwikkeld voor leerlingen en ouders. Een zeer verkorte versie vindt u hieronder.

 

Om meer zich te krijgen waar uw kind goed en minder goed in is is het aan te raden dat u en uw kind onderstaande vragenlijst in te vullen. Middels onderstaande stappen kunt en uw kind de vragenlijst invullen. Indien u vragen heeft, extra hulp wilt, of graag de gehele vragenlijst wilt ontvangen kunt u mailen naar renskederksen@studiekring.nl of patriciahendrikx@studiekring.nl

Begeleidingsplan voor ouders

 

Samenwerken

Leercompetenties Geen Reacties »

Geschreven door Patricia Hendrikx

Samenwerken

Leren samenwerken is voor de meeste leerlingen een uitdaging. Naast vakinhoudelijke kennis en studievaardigheden, wordt er bij samenwerkingsopdrachten een beroep gedaan op hun sociale vaardigheden. Leerlingen leren van elkaar door naar elkaar te luisteren (d.w.z. openstaan voor andere inzichten), elkaar te helpen en elkaar ruimte te geven. Daarnaast leren leerlingen goed met elkaar te communiceren.

 

Hoe kunt u uw leerling begeleiden bij het leren samenwerken?

Vorm tijdens een mentoruur groepjes van 4 of 5 leerlingen. De leerlingen krijgen een oefening in het samenwerken. Het gaat niet om de opdracht, maar om de samenwerking. Weten de leerlingen wat de opdracht is? Zijn taken en rollen verdeeld? Weten de leerlingen van elkaar hoe iedereen over het samenwerken denkt? Wat zijn de afspraken?, enz.

Allereerst krijgen de leerlingen de opdracht hun eigen ideeën, over wat samenwerking inhoudt, op te schrijven. Vervolgens moeten de leerlingen hun eigen ideeën uitbreiden door naar de mening van anderen te vragen.

Daarna wordt er aandacht besteed aan de opdracht. Met elkaar wordt er gekeken naar de opdracht. Is de opdracht op te splitsen in meerdere onderdelen? Wat moet er (per onderdeel) gedaan worden? Het is belangrijk dat de leerlingen naar elkaar leren luisteren. Ieder groepslid moet iets over de opdracht vertellen.

Vervolgens moeten de leerlingen met elkaar overleggen hoe de onderdelen van de opdracht worden verdeeld. Wie doet wat? Laat elk groepslid aan het woord. Iedereen moet aangeven waar zijn of haar voorkeur ligt. Alle wensen van de groepsleden moeten worden opgeschreven. Vervolgens moeten de taken worden verdeeld.

Daarna moet nagedacht worden over rollen binnen de groep.

  • Wie maakt de planning en houdt in de gaten of iedereen zich aan de planning houdt?

  • Wie bekijkt de uitwerkingen van opdracht? Wie controleert op spelfouten en wie op de inhoud)?

  • Wie richt zich op de vormgeving? Bijvoorbeeld het verzamelen van plaatjes, kiezen van een titel en een goed leesbaar lettertype, maken van een inhoudsopgave en bronvermelding, enz.?

  • Wie let er op hoe de samenwerking verloopt? Het is belangrijk dat de leerlingen duidelijke afspraken maken en dat iemand deze afspraken op papier zet en bewaakt.

 

U kunt zelf de inhoud van de samenwerkingsopdracht verzinnen en de onderstaande opdracht gebruiken om de leerlingen te begeleiden bij het leren samenwerken.

Samenwerkingsopdracht

Zelfkennis

Leercompetenties, Leermethoden Geen Reacties »

Geschreven door Patricia Hendrikx

Wat zijn mijn kwaliteiten en aandachtspunten? Waar ben ik goed in? Waar heb ik moeite mee? Met het beantwoorden van de onderstaande vragen, kun je daar samen met de leerling misschien beter antwoord op krijgen. Heel goed om dit tijdens een mentoruur aan leerlingen uit te delen. Laat de leerlingen er met elkaar over in gesprek gaan. Dit zal de leerling mooie inzichten geven.

Opdracht Zelfkennis

Concreet verwerken

Leercompetenties, Leermethoden Geen Reacties »

Geschreven door Renske Derksen

Opdracht leerling

  • Zoek een informatief programma/ tijdschrift uit wat jou interesse heeft. Je zou kunnen denken aan het journaal, het jeugdjournaal, klokhuis, willem wever, wiskundetijdschrift voor jongeren – pythagoras, Kijk, Zo zit dat, National Geographic Junior, krant. Als je geen abonnement op een tijdschrift hebt/ kan krijgen, is het ook een mogelijkheid om naar de bibliotheek te gaan. Je zou ook op internet naar informatie websites kunnen kijken. Let er dan wel op dat de informatie die er staat betrouwbaar is!

  • Kies een week uit waarin je aandachtig het nieuws gaat volgen en of informatieve programma’s gaat volgen/ informatieve tijdschriften gaat lezen. Denk aan ongeveer 20 minuten per dag.

  • Wanneer je het programma hebt gezien/ tijdschrift hebt gelezen denk dan terug aan wat je dezelfde dag op school hebt gedaan. Zijn er dingen die je in de les hebt besproken, in boeken hebt gelezen die je ook tegen bent gekomen in het betreffende programma/ tijdschrift wat je hebt gevolgd/ gelezen? Op welke manier kan je het in verband brengen met de school stof of spreekt de informatie juist elkaar tegen?

  • Tip: Doe dit samen met een klasgenoot. Meer weten meer dan een. Samen kan je afspreken elke dag naar het klokhuis te kijken bijvoorbeeld en de dag erna even overleggen of de informatie uit het programma in verband te brengen is met de stof op school.

  • Na een week kan je bij jezelf nagaan of het volgen van een informatief programma/ tijdschrift je heeft geholpen in het beter leren/ begrijpen van de school stof. Waarom wel/ niet?

Voor leerkracht:

Als vakspecifieke leerkracht ben je meestal goed op de hoogte over interessante tijdschriften/ programma’s die (indirect) informatie geven over de stof die de leerlingen moeten kennen. Voor leerlingen is het vaak erg leuk, en gaat de stof meer leven, wanneer ze het in het dagelijks leven terug zien komen. Als leerkracht kan je de leerlingen de opdracht geven een specifiek programma te volgen en er de volgende dag op terug te komen op welke manier het in verband te brengen is met de stof uit het leerboek van school.

Zelfsturing

Leercompetenties, Leermethoden Geen Reacties »

Geschreven door Renske Derksen

Opdracht voor docent

Plannen is voor veel leerlingen erg lastig. Hieronder ideeën om als docent leerlingen te helpen en stimuleren voor het aanpakken van een goede planning.

Voor leerlingen is het vaak fijn om samen met een klasgenoot aan een planning te maken. De klasgenoot met wie ze het goed kunnen vinden bevindt zich in dezelfde leeftijdsfase, hebben gedeelde interesses en gedeelde problemen waarin ze in het dagelijks leven (school en daarbuiten) tegen aan lopen. Het is daarom een idee om leerlingen die het goed met elkaar kunnen vinden bij elkaar te zetten en samen een planning te laten maken. Houd hierbij wel rekening om niet twee leerlingen die beide erg veel moeite hebben met plannen bij elkaar te zetten.

    • Geef de opdracht dat de leerlingen voor de komende week een planning gaan maken wanneer ze hun huiswerk gaan maken en leren.

    • Leg als docent eerst belangrijke aspecten van planning uit waar een leerling op moet letten als hij/ zij een planning maakt: – Denk hierbij aan wat (niet) handig is welke vakken je achter elkaar leert/ maakt. Het leren van verschillende talen achter elkaar is voor sommige leerlingen (zeker degene die moeite hebben met talen) niet de meest beste aanpak. – Laat daarnaast de leerlingen ook bewust zijn (opschrijven in agenda) wanneer ze hun buitenschoolse activiteiten (sport, muziek) hebben en op welke dagen/ tijden ze dus minder aan hun huiswerk kunnen doen. Geef ook aan dat het zeer aan te raden is om voor een toets minimaal 3x te leren. De meeste leerlingen onthouden beter wanneer ze 3x een half uur leren dan 1x 2 uur. Voor de leerlingen die de neiging hebben om hun huiswerk erg uit te stellen is het aan te raden hen te attenderen een extra ruime planning te maken. Voor de leerlingen die juist de neiging te hard/ te veel te leren is het aan te raden hun extra erop te attenderen dat ze ook voldoende pauzes in hun planning in lassen.

    • Laat de leerlingen ten eerste bij elkaar in de agenda kijken. Komt het huiswerk wat daarin staat overeen met elkaar. Zo niet, hoe is dat ontstaan? Laat de leerlingen eventueel op magister nakijken of het huiswerk wat in hun agenda staat klopt.

    • Laat de leerlingen vervolgens in apart schrift, digitaal of als er voldoende ruimte voor is in hun agenda een planning maken wanneer ze wat gaan leren. Laat de leerlingen dit eerst individueel doen. Laat het de leerlingen als ze de planning in hun agenda of een schrift schrijven dit eerst met potlood erin schrijven.

    • Wanneer beide leerlingen de planning hebben gemaakt leggen ze deze bij elkaar. Laat de leerlingen om de beurt aan de ander uitleggen waarom ze voor deze planning hebben gekozen. Als er moeilijkheden zijn ontstaan bij het plannen kunnen leerlingen elkaar tips geven hoe het aan te pakken. Let er als docent op, en geef dit ook aan de leerling aan, dat er niet 1 juiste planning is. Een prettige planning is voor elke leerling verschillend.

    • Wanneer de leerlingen met elkaar hebben overlegd over de planning kan de docent een paar leerlingen vragen om naar voren te komen en hun planning aan de hele klas te vertellen. Laat hun vertellen waarom ze voor deze planning hebben gekozen en of welke tips hun klasgenoot hen had gegeven en of ze hier zelf wat mee kunnen.

    • Laat na de week waarvoor de planning is gemaakt de leerlingen in dezelfde tweetallenn evalueren of hun planning van afgelopen week fijn was. Hebben ze zich eraan kunnen houden? Waarom wel/ niet? Zullen ze de volgende keer de planning op een dezelfde/ een andere manier maken?

    Studiekring Zaandam bereidt voor op de middelbare school

    Basis onderwijs, Studievaardigheden voor brugklassers Geen Reacties »

    Geschreven door Patricia Hendrikx

    30 mei 2012 19:00-21:00 uur Gratis Ouderworkshop 

    Leerlingen van groep 8 staat veel te wachten: de Cito-toets, de NIO-toets, afscheid nemen van de basisschool en een keuze maken voor een middelbare school. Het is best spannend om van oudsten van de school ineens brugklassers te worden! Ook verandert er veel als je begint aan de middelbare school. Je moet vaak verder weg naar school, je krijgt meer vakken, meerdere docenten, je moet anders gaan leren en je krijgt huiswerk. Voor veel leerlingen is dit best lastig.


    Studiekring kan je helpen met de voorbereiding op de verandering in de manier van leren en het plannen van huiswerk. Op 30 mei wordt op de vestiging in Zaandam aan de Gedempte Gracht 10 (3e verdieping) speciaal voor ouders een workshop gegeven. Zij krijgen advies hoe zij hun kind het beste kunnen helpen bij de overstap naar het voortgezet onderwijs.  Wat is het verschil tussen opdrachten maken en leren voor een toets, en hoe pak je dat aan? Hoe plan je je huiswerk? Hoe gebruik je naslagwerken?
     
    Dit soort vragen komen aan bod wanneer je gaat oefenen met studievaardigheden. Studievaardigheden kunnen je helpen met plannen, het schrijven van een opstel of een werkstuk, het maken en leren van huiswerk. Verder kunnen studievaardigheden je inzicht geven in je sterke punten en je aandachtspunten, zodat je weet wat je al goed kunt en waar je meer tijd aan moet besteden.
     
    Anika Schurink (docent-begeleider bij Studiekring Zaandam): 'Leerlingen uit groep 8 die bij mij werken aan studievaardigheden gaan nu al op zoek naar de manier van leren die het beste bij hen past. Ze proberen verschillende manieren uit en maken zo kennis met samenvatten, het maken van mindmaps, verschillende manieren van woordjes leren en opzoekmethodes. Ze leren veel over zichzelf en wat hun goede punten zijn en waar ze nog wat meer aandacht aan moeten besteden. Hierdoor voelen ze zich beter voorbereid op de middelbare school. Bovendien vinden ze het ook leuk om uit te vinden op welke manier zij het liefste leren: met plaatjes en schema's, of juist met tekst. Door hardop voor te lezen, of juist door alles in stilte te doen. Behalve leerzaam is het dus ook een leuke ontdekkingstocht!' 
     
    Khaan kuk (groep 8): 'Ik vind het erg leuk en interressant om te leren over studievaardigheden. Het is handig omdat, je kunt leren hoe je volgend jaar in de brugklas je lessen kunt leren. En het is ook nog eens leuk want je moet ook dingen doen zoals een betoog schrijven. Het boek geeft je ook handige tips, voorbeelden en mogelijkheden om later op de hoge school jou lessen te leren. Het is ook leuk om in het werkboek te werken dit kun je samen of alleen doen het leert je ook nog een betere planing van je huiswerk te maken (dan heb je het daar makkelijker mee volgend jaar). Ik ben blij dat ik bij studiekring studievaardigheden krijg zodat ik het niet meer zo moeilijk heb volgend jaar!!!!'

    Aanmelden voor de gratis ouderworkshop kan via www.studiekring.nl/huiswerkbegeleiding-bijles-zaandam/ of via patriciahendrikx@studiekring.nl  

     

    Khaan Kük (groep 8 ) en Anika Schurink (Docentbegeleider Studiekring Zaandam)

    Analyseren – relateren – structureren

    Leermethoden, Mindmap Geen Reacties »

    Geschreven door Judith van Boven
     

    Mindmappen in het voortgezet onderwijs

    Hoe kun je als docent mindmapping inzetten in het voortgezet onderwijs?

     

    De laatste twee decennia is de term mindmappen in opkomst dankzij de populaire schrijver Tony Buzan. Hij heeft verschillende boekjes geschreven met daarin een heldere uiteenzetting van wat mindmapping precies met de hersenen van de mens doet. Simpel gezegd komt het er op neer dat het brein op verschillende manieren geprikkeld moet worden om informatie efficiënt op te slaan en later te verwerken. Een beeld zegt meer dan duizend woorden is een tegeltjeswaarheid die bij dit proces past. Wanneer je iets moet onthouden, gebruik dan beelden die aansluiten op andere prikkels; het woord aardbei zegt minder dan een combinatie van woord, beeld, geur en substantie van een aardbei. Een goede mindmap laat de mindmapper de informatie zintuiglijk beleven.
    Niet zo gek dat in het onderwijs steeds meer docenten door middel van mindmaps hun leerlingen aan het activerend leren te krijgen. Met name in het tweetalig onderwijs (TTO) wordt mindmapping ingezet als activerende leervorm. Klassikaal worden mindmaps gemaakt om de gezamenlijke voorkennis in kaart te brengen, maar ook om een onderwerp verder uit te diepen of om
    Maar dat is nog niet zo eenvoudig. Vandaar dit artikel waarin ik een aantal belangrijke tips op een rijtje zet.
     

    1. Bereid je goed voor.

    Het lijkt zo eenvoudig om met mindmapping te werken, maar zorg alsjeblieft dat je precies
    weet waarover je praat. Lees eerst zelf een boek van Tony Buzan en ga op zoek naar
    materiaal dat geschikt is voor het onderwijs.

     

    2. Bekijk jouw vak visueel.

    Mindmappen dwingt je om met andere ogen te kijken naar je vak. Maar die zachte dwang werkt meestal heel goed. Het geeft je namelijk de kans om de passie die je voelt voor je vak op meerdere manieren te communiceren dan alleen maar via droge tekst. Betrek die passie er dus in. Bedenk bijvoorbeeld waarom je ooit voor dit vak koos om te studeren of waarom je er voor koos om er les in te geven. Zo zie je hoe mindmappen alomvattend is in het lesgevingsproces, je stapt (voor een deel) af van de tekst en je kijkt voorbij de reguliere lesstof.

     

    3. Wees creatief!

    Je moet beschikken over een flinke dosis creativiteit en natuurlijke orde om een mindmap te maken, je moet situaties, onderwerpen en thema’s kunnen visualiseren en je moet je houden aan esthetische regels, het is een geordende chaos. Natuurlijk is tot op zekere hoogte creativiteit aan te leren maar er moet zeker aandacht zijn voor de verbeelding. Dit vereist dus oefening, creativiteit en doorzettingsvermogen.

     

    4. Oefen!
    De beste voorbereiding is oefening. Het is een goed idee om te mindmappen met collega’s. Probeer als aardrijkskundedocent een groepje maatschappijleerdocenten te activeren over plaattektoniek. Op die manier kom je vanzelf de hobbels tegen die nu eenmaal horen bij het proberen van iets nieuws. Trek eventueel ook tijd uit voor het experimenteren met mindmap-programma’s als je in jouw lokaal de beschikking hebt over een smartboard.

     

    5. Selecteer leerlingen
    Mindmappen is een methode die het leren makkelijker moet maken. Het is dus absoluut niet de bedoeling dat leerlingen er tegenop zien. Misschien zijn niet alle leerlingen geschikt om mee te mindmappen. Sommigen zijn gewoon (nog) niet zo sterk visueel ingesteld. Geef deze leerlingen tijd, maar begin wel met leerlingen die het idee omarmen. Later kun je steeds meer leerlingen betrekken bij deze groep. Dit werkt ook wanneer je je toelegt op projectmatige lesvormen. Je kan groepjes maken die mindmappen, die de klassieke methode hanteren of die vrij zijn in hun keuze. Er wordt van jou dan wel de nodige flexibiliteit verwacht!

     

    6. Stem de mindmapsessies goed af met je collega's

    Hoe vaak komt het niet voor dat leerlingen bij een mindmapsessie klagen over alweer cirkels en lijntjes. Afstemmen met je collega’s is in deze noodzakelijk. Wat in dit kader leuk is om op te merken is vakoverschrijdend mindmappen. In het tweetalig onderwijs wordt veel aandacht besteed aan Europese en Internationale Ontwikkeling (EIO). Dit betekent dat in de verschillende vakken die in het Engels gegeven worden, er ook aandacht is voor internationale culturen en invalshoeken. Een simpele toepassing hiervan is om in bepaalde periodes vakoverschrijdende thema’s te behandelen. Dat bijvoorbeeld het thema Frankrijk aan bod komt en de vakken aardrijkskunde, muziek, geschiedenis en economie tegelijk dit thema opnemen in de lesstof. Aan het einde van de periode zijn dan hele interessante mindmaps samen te stellen waarin de leerling al het geleerde met elkaar in verband kan brengen op een manier die zich goed verankerd in het geheugen.

     

    7. Blijf openstaan voor de theorie en de techniek.
    Na een tijdje zul je je eigen stijl vinden in het mindmappen. Je zult de nadruk leggen op bepaalde zaken. Pas op dat je niet gevangen raakt in je eigen stramien! Blijf kritisch over je eigen manier van mindmappen. Ga na een bepaalde periode weer langs bij mindmappende collega’s. Vraag om feedback van zowel collega’s als leerlingen. En ja, dat laatste is soms best eng, maar kan erg verhelderend werken! Probeer iedere sessie zo onbevangen mogelijk binnen te stappen.

     

    8. Laat het geen routine worden
    Je zou dit een samenvattend punt kunnen noemen van de 9 voorgaande, maar het is belangrijk genoeg om te noemen. Zorg er voor dat iedere mindmapsessie die je uitvoert met een klas of een groep leerlingen anders verloopt dan de vorige. Wissel daarom bijvoorbeeld af tussen digitale mindmaps en mindmappen met grote vellen papier.

     

    mindmap: voorbeeld

    Leermethoden

    Basis onderwijs, Examenvoorbereiding, Huiswerk, Leercompetenties, Leermethoden, Studievaardigheden voor brugklassers Geen Reacties »

    Geschreven door Patricia Hendrikx

    Vaak kennen leerlingen maar één manier van leren, namelijk het lezen van de leerstof. Zij noemen dit ook wel leren of doornemen van de stof. Er zijn echter andere manieren om de leerstof beter te onthouden. Het kost op korte termijn meer energie, maar op lange termijn zal de leerling er veel meer baat bij hebben.

    De leerstof blijft veel langer in het geheugen hangen, kan beter gebruikt worden om problemen op te lossen (bijvoorbeeld inzichtsvragen of toepassen van de leerstof), om nieuwe leerstof sneller en beter te begrijpen, enz.

    De volgende opdracht geeft de leerling niet alleen meer zicht op dat er meerdere manieren zijn om de leerstof te leren, maar ook dat elk vak een andere aanpak nodig heeft.

    Bij de volgende opdracht is het de bedoeling dat u de leerling vraagt welke van de leermethoden in het overzicht het beste passen bij een bepaald vak en waarom. Daarnaast kunt u met  de leerling andere leermethoden bedenken. U kunt met de leerling vervolgens overleggen welke leermethode de leerling het liefst zou willen gebruiken de komende tijd.

     Opdracht Overzicht Leermethoden