ICT en zo

Afgelopen week werd weer de NOT georganiseerd in de Jaarbeurs.
Vele onderwijsprofessionals togen naar Utrecht om daar nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs te aanschouwen. Maar ook op zoek naar mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling en nieuwe lesmethodes. Er werden diverse workshops en lezingen georganiseerd.
Zelf was ik afgelopen zaterdag op de beurs, en ik heb zeer zeker inspiratie opgedaan voor mijn werk als huiswerkbegeleider.
Zo was ik bij de lezing van Tijn Koenderink over perfectionisme en faalangst en ik leerde veel over nieuwe ontwikkelingen op ICT-gebied. Vooral dat laatste was bij de meeste onderwijsprofessionals die ik sprak op de NOT een belangrijk punt.
Dát is dan ook de reden dat ik de komende maand wekelijks zal gaan bloggen over de ontwikkelingen op het ICT-vlak.

Uit het onderzoek 'Beter samen' wat ik onlangs uitvoerde, bleek dat het merendeel van de docenten absoluut kansen zien voor het gebruik van social media en educatieve apps in het onderwijs, maar veel docenten hebben nog niet het gevoel dat ze alle ICT-vaardigheden machtig zijn, er is behoefte aan ontwikkeling op dat vlak.

Welnu die mogelijkheden zijn er! Zo zijn er bijvoorbeeld mogelijkheden om uw eigen 21st century skills aan te pakken een een soortement van ICT-certificaat te halen.
Neem eens een kijkje op deze website om te zien wat de mogelijkheden zijn!

Onderwijs ziet heil in social media en educatieve apps

Bijna 80% van de onderwijsprofessionals in Nederland ziet kansen voor het gebruik van social media en educatieve apps in het onderwijs. Dat blijkt uit een onderzoek wat werd gedaan door Studiekring, studiebegeleiding.
Opvallend is dat zelfs de 25% uit het onderwijsveld die er zelf géén gebruik van maken, óók kansen zien voor het gebruik van social media en educatieve apps in het onderwijs.

Voor- en nadelen
Onderwijsprofessionals zien vooral veel voordelen van het implementeren van social media en educatieve apps in het onderwijs. Zo wordt er gewezen op de mogelijkheden om directer te communiceren, het sluit beter aan bij de leefwereld van leerlingen, het is een gemakkelijke manier om kennis te delen en je haalt als het ware 'de wereld in de klas'.

Júist voor het adaptief onderwijs/passend onderwijs wordt door de ondervraagde onderwijsprofessionals het nut gezien van het inzetten van educatieve apps. Het biedt de mogelijkheid om gemakkelijk te differentiëren en onderwijs op maat te bieden binnen bepaalde kaders.

Overigens worden, ook door de voorstanders, gevaren gezien. Deze liggen vooral op het vlak van privacy en afleiding. Ook de grote invloed van bedrijven op sociale media wordt genoemd als mogelijk gevaar.

Werk aan de winkel
Er is nog wel flink wat werk aan de winkel om deze twee zaken op een zinvolle manier in te zetten in het onderwijs. Zo achten onderwijsprofessionals het onder meer van belang dat er goede beveiliging is en dat er duidelijke regels worden opgesteld over gebruik én misbruik.
Daarnaast is het van belang dat er goed en snel internet/WIFI op school is en een dito ict-ondersteuning.
Docenten zullen vooral ook zelf de apps en de social media machtig moeten zijn, en daarin zijn velen momenteel nog zoekende.

Momenteel worden social media en educatieve apps al door aardig wat docenten gebruikt. Over de huidige apps zijn velen redelijk tevreden, maar een veelgehoord kritiekpunt is dat het in de apps ontbreekt aan onderwijskundige diepgang.

Waar een goede app aan moet voldoen?
Het moet een meerwaarde zijn op het bestaande materiaal. De veiligheid moet gegarandeerd zijn, en de app moet leerzaam en duidelijk zijn en spelvormen in zich hebben. Verder zijn belangrijke kenmerken dat de app platformonafhankelijk is, en liefst gratis.
Ook het offline beschikbaar zijn wordt als een enorme pre gezien, evenals de mogelijkheid om als docent feedback te geven naar je leerlingen.

Het uitgebreide rapport van dit onderzoek, kunt u bij Studiekring opvragen via judithvanboven@studiekring.nl

Educatieve apps en social media deel 4

In de serie 'educatieve apps en social media' ga ik deze weken dieper in op de kansen van deze media voor het onderwijs.
De afgelopen weken schreef ik over het inspireren van docenten onderling en over innovaties in de les.
Vandaag schrijf ik over het ontwikkelen van mediawijsheid.

Deze week (21 tot en met 28 november) is het Week van de Mediawijsheid.
Met de Week van de Mediawijsheid vraagt Mediawijzer.net  aandacht voor het belang van mediawijsheid voor kinderen en hun omgeving. Kinderen groeien op met internet, tablets en smartphones. De mediasamenleving biedt hen kansen en leidt tegelijkertijd ook tot vragen over de rechten, plichten en mogelijkheden van kinderen, hun opvoeders en media. Daarom staan dit jaar de rechten van het kind centraal. 
Op de website www.weekvandemediawijsheid.nl is van alles te vinden over mediawijsheid: een oefentekst van Nieuwsbegrip, een heus Media Masters spel en een serie stellingen waarover u in de klas kunt praten met uw (mentor)leerlingen.
Ook is er het WIJS!-magazine  te downloaden!

Maar buiten om deze week is er voor ons als onderwijsprofessionals dagelijks gelegenheid om met leerlingen te werken aan mediawijsheid, bespreek bijvoorbeeld bij praktische opdrachten welk(e) soort(en) bronnen betrouwbaar zijn en welke niet.
Of bespreek met elkaar de voor en nadelen van sociale media in het algemeen…
Ik denk dat het belangrijk is dat we onze leerlingen leren om kritisch om te gaan met (social) media.
Niet alles wat op internet staat is waar!
Dat alles vraagt natuurlijk van ons als onderwijsprofessionals ook een open, maar kritische houding ten opzichte van media!


Onderzoek: Social media, apps, smartphones, kans of bedreiging?

Dit jaar stond de Nationale Onderwijsweek in het teken van ‘Beter Samen’.
'Beter Samen' slaat op het fenomeen dat leerprocessen zich niet alleen in het hoofd afspelen, maar ontstaan door voortdurende interactie met de sociale en culturele context.
'Beter Samen' gaat over onderwijs dat aansluit bij actualiteit. Hierbij zijn interactieve mogelijkheden zoals internet en educatieve apps wellicht van belang.
Studiekring grijpt het thema 'Beter samen' aan om te onderzoeken hoe onderwijsprofessionals aankijken tegen de relatie tussen (educatieve) apps en social media aan de ene kant en onderwijs aan de andere kant.
Vormen online ontwikkelingen, zoals apps en social media een bedreiging voor het onderwijs? Of ziet u juist kansen? Studiekring doet onderzoek naar deze ontwikkelingen. Uw mening als onderwijsprofessional is daarbij van essentieel belang.
Wij zijn benieuwd naar úw mening en vragen een paar minuten van uw tijd om deze enquête in te vullen.

Week van de Opvoeding

Na de Nationale Onderwijsweek (vorige week) en de Dag van de Leraar (afgelopen maandag) is er ook deze week weer een week die aansluit bij ons vakgebied: De Week van de Opvoeding.
Op diverse plaatsen worden workshops, informatiemarkten etc georganiseerd. In de basis is deze week vooral gericht op ouders, maar voor onderwijsprofessionals kunnen er ook bijzonder interessante activiteiten tussen zitten.
Meer weten? Klik dan hier.

Handige apps voor school!

Leerlingen zijn tegenwoordig vreselijk handig met mobieltjes en tablets.
Natúúrlijk spelen ze graag spelletjes, en dat leidt hen af van het schoolwerk. Maar er zijn ook hele handige, bruikbare apps voor middelbare scholieren en basisschoolleerlingen.
Goed om daar ook van op de hoogte te zijn! Kennisnet maakte een lijst met de 25 beste apps voor school.

Daarnaast is onlangs de Studiekring Planner app gelanceerd. Hiermee kunnen leerlingen zelf hun huiswerk plannen. In eerste instantie is de app alleen bruikbaar voor leerlingen die begeleiding volgen bij Studiekring, maar het streven is wel om de app binnenkort ook toegankelijk te maken voor anderen! Ik houd u op de hoogte!

 

 


Invoering Passend Onderwijs per 1 augustus 2014

 

Er is veel te doen over Passend Onderwijs. Maar wat houdt het nu eigenlijk in?
Hieronder een beknopte uitleg.

Alle kinderen, dus ook kinderen met een handicap of gedragsproblemen hebben recht op een passende onderwijsplek. Vanaf 1 augustus 2014 zijn scholen verplicht om een passende onderwijsplek te bieden aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.Tot op heden was de organisatie van passend onderwijs erg ingewikkeld. Ook was lang niet altijd duidelijk waar geld voor extra ondersteuning naartoe ging.
Daarom gaan scholen per regio samenwerken om alle mogelijke soorten leerlingen een passende plek te bieden.

Niet elke gewone school hoeft alle kinderen op te vangen. Kan een school geen passend onderwijs geven? Dan zoeken de scholen binnen het samenwerkingsverband een school die dit wel biedt. Scholen kunnen zich specialiseren en onderling afspreken wie welke kinderen het beste onderwijs kan bieden.

Leraren en schoolleiders krijgen in het nieuwe stelsel een centrale rol. Zij staan dichtbij de leerlingen en weten welke behoeften ze hebben.

In het nieuwe stelsel schaft de overheid de leerlinggebonden financiering (LGF), ook wel het rugzakje genoemd, af. Het budget blijft wel helemaal beschikbaar, maar gaat voortaan rechtstreeks naar de samenwerkende scholen. De scholen binnen het samenwerkingsverband krijgen niet alleen het budget van de rugzakjes, ze krijgen ook de budgetten voor ambulante begeleiding en begeleiding in het speciaal onderwijs.
De scholen binnen de samenwerkingsverbanden zetten het geld zo doeltreffend mogelijk in. Dat betekent dat scholen binnen het samenwerkingsverband op zoek gaan naar passend onderwijs voor iedere leerling.

De samenwerkende scholen leggen afspraken vast in een ondersteuningsplan.
Dit doen ze minstens eens in de 4 jaar. In het ondersteuningsplan staat onder meer hoe de scholen:

  • het passend onderwijs in hun regio inrichten;

  • het geld voor extra ondersteuning besteden;

  • leerlingen naar het speciaal onderwijs verwijzen;

  • ouders informeren.

Om ouders en leraren zeggenschap over het ondersteuningsplan te geven, krijgen de samenwerkingsverbanden een eigen medezeggenschapsraad. De Inspectie voor het Onderwijs betrekt het ondersteuningsplan bij het toezicht.

Wilt u meer weten? In Hoofdpunten Passend Onderwijs kunt u meer lezen.

 

 

Leermoeilijkheden

 

 

Leermoeilijkheden


“Leermoeilijkheden” is een onderdeel van het deelgebied Competentie van het SMW-Model. De competentie van leerlingen met betrekking tot school wordt namelijk beïnvloed door leermoeilijkheden.


Bij leermoeilijkheden wordt onderscheid gemaakt tussen leerproblemen en leerstoornissen. Leerproblemen treden op wanneer er onvoldoende stimulatie is in de omgeving of er sprake is van een beneden gemiddelde intelligentie. Men noemt deze ook wel secundaire leerproblemen. De persoon in kwestie vertoont leermoeilijkheden op allerlei vlakken. Leerstoornissen daarentegen zijn primaire leerproblemen. Leerlingen met leerstoornissen beschikken gewoonlijk over een normale intelligentie. Belangrijke kenmerken van leerstoornissen zijn dat ze persisterend en specifiek zijn. Persisterend houdt in dat de leerling bepaalde leerproblemen altijd met zich mee zal dragen. Voorbeelden van leerstoornissen zijn dyslexie (een opvallend probleem met het leren lezen en/of spellen) en dyscalculie (een verzamelnaam voor uiteenlopende rekenstoornissen).


In de onderstaande opdracht krijgen leerlingen de taak om naar hun eigen leermoeilijkheden te kijken. Ze gaan eerst brainstormen over dingen die zij in het algemeen moeilijk vinden. Daarna kijken ze naar specifieke taken en vakken. Vervolgens gaat de leerling opzoek naar middelen, die ervoor zorgen dat de leerling zo min mogelijk last heeft van zijn leermoeilijkheden. Als begeleider is het belangrijk om de leerling hierin te begeleiden. De opdracht vraagt veel zelfkennis van de leerling.  

Leermoeilijkheden – aanpak

nieuwsbrief 2012

 

 

Nieuwsbrief Community Studiebegeleiding Oktober 2012

 

 

In deze uitgave:

  • Digischool Studiebegeleiding

  • SMW-Model

  • Leidraad voor begeleiders

  • Gratis workshop thuisbegeleidingstips

  • Mededelingen

  • Vraag en antwoord

 

Digischool Studiebegeleiding

Vaklokaal & Community

Binnen Digischool is er een vaklokaal en Community. Het vaklokaal is voor leerlingen en de Community is voor docenten (en geïnteresseerden). Ook voor Studiebegeleiding is deze verdeling gemaakt. Wat vinden de leerlingen van het vaklokaal? Weten zij het vaklokaal te vinden? Wat missen zij nog op het vaklokaal? Ik hoor het graag zodat ik de opdrachten en informatie nog beter kan op afstemmen op de wensen van de leerling. Alvast bedankt!

 

Met vragen en/of opmerkingen kunt u altijd bij mij terecht via patriciahendrikx@studiekring.nl

SMW-Model

Studiebegeleiding met het SMW-Model

 

Het SMW-model is de basis waarop Studiekring haar leerlingen begeleidt. Hierbij wordt naar leerlingen gekeken vanuit de drie deelgebieden:

Competentie

Leeromgeving

Autonomie

 

Alle materialen en informatie die u op de Community Studiebegeleiding kunt vinden zijn gebaseerd op dit onderwijsmodel. U kunt uitgebreide informatie vinden over deze deelgebieden in de Toelichting Vragenlijst voor Begeleiders.

 

Informatie hierover vindt u op tips voor begeleiders

Leidraad voor Begeleiders

Vragenlijst & Toelichting Vragenlijst

 

Er is aan de hand van het SMW-Model een leidraad ontwikkeld voor begeleiders op school, zodat de studiebegeleiding meer gestructureerd kan verlopen. Op de Community kunt u een vragenlijst en een toelichting op de vragenlijst vinden.

 

Later kunt u hier ook een verkorte versie van het Plan van Aanpak vinden, die in de begeleiding van leerlingen bij Studiekring veel aandacht krijgt. Het Plan van Aanpak biedt handvatten voor de begeleiding en maakt het mogelijk om tijdens evaluatiemomenten te kijken of doelen zijn bereikt. Eventueel kan het Plan van Aanpak dan aangepast worden. Voordat het Plan van Aanpak opgesteld kan worden is het belangrijk om aandachtspunten in kaart te brengen. Hiervoor kunt u de vragenlijst gebruiken.

 

 

 

De vragenlijst kunt u vinden op tips voor begeleiders

 

Gratis workshop thuisbegeleidingstips

Invloed thuisomgeving op schoolprestaties

 

Ouders spelen een steeds belangrijkere rol in het onderwijs. In recent Amerikaans onderzoek kwam zelfs naar voren dat een stimulerende thuisomgeving meer invloed heeft op de schoolprestaties van kinderen dan de kwaliteit van de school (zie ook thuisonderwijs). Krijgt u vaak vragen van ouders? U kunt ze verwijzen naar de workshop “Toolkit voor de brugklas”.

 

Tijdens deze workshop krijgen ouders handige tips en trucs van ervaren onderwijskundigen om zelf hun kind te begeleiden bij het schoolwerk. Doel is om de onzekerheid weg te nemen die ouders vaak ervaren op het gebied van thuisbegeleiding. De workshop vindt plaats op meer dan 80 locaties in Nederland.

 

 

 

 

 

Deelname is gratis na inschrijving via www.studiekring.nl/toolkit

Mededelingen

Wist je dat?

 

Wist u dat er al ongeveer 500 mensen lid zijn van de Community Studiebegeleiding?

 

Binnenkort zult u meer informatie vinden over het aandachtsgebied “Autonomie” van het SMW-Model. Houd de website dus goed in de gaten.

 

U kunt op de website meerdere opdrachten vinden, gericht op verschillende studievaardigheden, voor zowel leerlingen in het basisonderwijs als voortgezet onderwijs (onderbouw en bovenbouw). Zie ook oefeningen op digischool

 

Met vragen en/of opmerkingen kunt u altijd bij mij terecht via patriciahendrikx@studiekring.nl

 

 

Vraag & antwoord

Wat is het verschil tussen gecontroleerde en autonome motivatie?

 

De meest bekende vorm van extrinsieke motivatie van leerlingen is als zij iets doen (of juist niet) om straf te vermijden of beloning te krijgen. Deze vorm van extrinsieke motivatie wordt ook wel externe regulatie genoemd. Er zijn echter ook leerlingen die zichzelf onder druk zetten om een goede prestatie neer te zetten. Hun motivatie is om schuld, schaamte en angst te vermijden. Deze vorm van extrinsieke motivatie wordt geintrojecteerde regulatie genoemd. Bij zowel de externe regulatie als de geintrojecteerde regulatie ervaren de leerlingen veel stress en druk. Het betreft hier dan ook gecontroleerde (verplichtende) motivatie.

 

Naast bovengenoemde vormen van extrinsieke motivatie is er nog een derde soort extrinsieke motivatie: geïndificeerde regulatie. Bij deze soort motivatie begrijpt de leerling waarom het uitvoeren van bepaald gedrag wel/niet zinvol voor hem is. Ook nu gebruikt de leerling het leren (middel) om een bepaald doel te bereiken, maar het verschil met de andere vormen van extrinsieke motivatie is dat hij het doel persoonlijk belangrijk en/of waardevol vindt, hij zich hiermee kan identificeren. Zowel deze vorm van motivatie als intrinsieke motivatie zal bij leerlingen leiden tot psychologische vrijheid en keuze. Hierom vallen deze vormen beiden onder de autonome (welwillende) motivatie

 

U kunt hier meer over lezen op de community bij motivatie

 

 

Studiebegeleiding

Geschreven door Patricia Hendrikx

Het SMW- Model 

Het SMW-Model omvat drie deelgebieden: Competentie, Leeromgeving en Autonomie. In dit bericht wordt aandacht besteed aan het deelgebied Leeromgeving. Er is een leidraad ontwikkeld voor begeleiders op school, zodat de studiebegeleiding meer gestructureerd kan verlopen. Onder aan dit bericht kunt u een vragenlijst en een toelichting op de vragenlijst vinden.

Op het moment wordt er nog gewerkt aan het ontwikkelen van een verkorte versie van het Plan van Aanpak, die in de begeleiding van leerlingen bij Studiekring veel aandacht krijgt. Het Plan van Aanpak biedt handvatten voor de begeleiding en maakt het mogelijk om op evaluatiemomenten te kijken of doelen zijn bereikt. Eventueel kan het Plan van Aanpak dan aangepast worden. Voordat het Plan van Aanpak opgesteld kan worden is het belangrijk om aandachtspunten in kaart te brengen. Hiervoor kunt u de onderstaande vragenlijst gebruiken. Ter aanvulling kunt u een toelichting op de vragenlijst vinden.

Heel veel succes! Bij vragen kunt u mij bereiken via patriciahendrikx@studiekring.nl

Vragenlijst voor Begeleiders – Leeromgeving

Toelichting Vragenlijst voor Begeleiders – Leeromgeving