gedachtes voor de kerstvakantie

In het onderwijs worden leerlingen voorbereid op hun toekomst. Maar de maatschappij verandert en dus hebben leerlingen straks misschien andere kennis en vaardigheden nodig…
De Rijksoverheid wil hierover in gesprek gaan met onderwijsprofessionals, maar ook met ouders én leerlingen. Via http://www.onderwijs2032.nl kunnen mensen hierover de dialoog met elkaar aangaan. Dat moet dan uiteindelijk leiden tot een nieuw curriculum en nieuwe kerndoelen…

Uiteindelijk wil iedere docent of mentor natuurlijk zijn of haar leerlingen voldoende bagage meegeven om straks succesvol te kunnen zijn. Ik merk, ook in mijn werk, dat veel ouders, leerlingen én vooral ook docenten op dit moment nog heel erg bezig zijn met toetsscores op specifieke kennis en vaardigheden.

Nu heb ik net het boek 'The global achievement gap' van de hand van Tony Wagner gelezen en het probleem dat Wagner signaleert is dat we het in het Westen niet gaan redden met hogere toetsscores, terwijl dat wel precies is waarop westerse overheden zich blindstaren.
We gaan het in de wereld niet redden als we ons beperken tot het aanleren van zoveel mogelijk feitenkennis en als we onze energie blijven steken in het dresseren van kinderen tot hoge scoorders op gestandaardiseerde toetsen. Op dat vlak zullen we het nooit winnen van de Aziaten, die zich even goed die kennis kunnen eigen maken en vervolgens hun werk voor een veel lager loon zullen uitvoeren dan wie ook in het Westen.

Wagner stelt dat wij westerlingen ons in de wereld kunnen onderscheiden met dat wat Wagner de "7 survival skills" of "21st century skills' noemt.
Die omvatten:
1. kritische reflectie
2. samenwerken
3. aanpassingsvermogen
4. proactiviteit en ondernemerschap
5. effectieve communicatie
6. analytisch vermogen
7. nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht.

Wat we nodig hebben zijn proactieve, zelfsturende professionals die het gesprek aangaan met mensen die anders tegen de dingen aankijken zodat ze elkaar kunnen helpen de beste oplossing te vinden voor problemen die ze in hun werk tegenkomen. Mensen die hun visie helder onder woorden weten te brengen zodat ze er met anderen over in gesprek kunnen gaan. Mensen die de dingen niet voor lief nemen maar nieuwsgierig zijn naar hoe het anders en beter zou kunnen.

Onderwijsprofessionals – nu nog vaak de blik niet verder reikend dan de eigen klas – zouden veel meer met elkaar in gesprek moeten gaan over wat goed onderwijs is.  Zogenaamde lerende netwerken waarbij docenten van elkaar zowel binnen als buiten de school kunnen leren én elkaar kunnen uitdagen… Volgens Wagner is samenwerken in dit soort lerende netwerken de enige manier om de effectiviteit van het onderwijs significant op een hoger plan te brengen. 
Het isolement waarin leerkrachten werken staat de ontwikkeling van het onderwijs in de weg.

Wagner verwijst naar het Finse model. Daar vertrouwt de overheid erop dat de denkkracht van de leerkracht het systeem tot optimale ontwikkeling brengt, in plaats van de leerkracht als stemloze uitvoerder van beleid te behandelen. In Finland gaat men ervan uit dat leraren zelf kritisch denken en een visie op onderwijs uitdragen in plaats van enkel maar 'aan de eisen voldoen'

Dus niet méér toetsen en meer goochelen met cijfers, niet meer expertise van buitenaf, niet meer controle – maar meer openheid, meer contact, meer dialoog, meer samenwerking tussen de mensen die onderwijs geven.

Die samenwerking is ook iets wat we willen faciliteren in de community studiebegeleiding.
In onze Linked-in groep kunnen studiebegeleidingsvraagstukken, maar óók tips met elkaar gedeeld worden..

Laten we daar het komende kalenderjaar met zijn allen gebruik van maken!

Ik wens alle communityleden een heerlijke kerstvakantie om lekker tot rust te komen, te bezinnen en inspiratie op te doen voor een fantastisch nieuw onderwijsjaar!

Handige apps voor school!

Leerlingen zijn tegenwoordig vreselijk handig met mobieltjes en tablets.
Natúúrlijk spelen ze graag spelletjes, en dat leidt hen af van het schoolwerk. Maar er zijn ook hele handige, bruikbare apps voor middelbare scholieren en basisschoolleerlingen.
Goed om daar ook van op de hoogte te zijn! Kennisnet maakte een lijst met de 25 beste apps voor school.

Daarnaast is onlangs de Studiekring Planner app gelanceerd. Hiermee kunnen leerlingen zelf hun huiswerk plannen. In eerste instantie is de app alleen bruikbaar voor leerlingen die begeleiding volgen bij Studiekring, maar het streven is wel om de app binnenkort ook toegankelijk te maken voor anderen! Ik houd u op de hoogte!

 

 


Invoering Passend Onderwijs per 1 augustus 2014

 

Er is veel te doen over Passend Onderwijs. Maar wat houdt het nu eigenlijk in?
Hieronder een beknopte uitleg.

Alle kinderen, dus ook kinderen met een handicap of gedragsproblemen hebben recht op een passende onderwijsplek. Vanaf 1 augustus 2014 zijn scholen verplicht om een passende onderwijsplek te bieden aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.Tot op heden was de organisatie van passend onderwijs erg ingewikkeld. Ook was lang niet altijd duidelijk waar geld voor extra ondersteuning naartoe ging.
Daarom gaan scholen per regio samenwerken om alle mogelijke soorten leerlingen een passende plek te bieden.

Niet elke gewone school hoeft alle kinderen op te vangen. Kan een school geen passend onderwijs geven? Dan zoeken de scholen binnen het samenwerkingsverband een school die dit wel biedt. Scholen kunnen zich specialiseren en onderling afspreken wie welke kinderen het beste onderwijs kan bieden.

Leraren en schoolleiders krijgen in het nieuwe stelsel een centrale rol. Zij staan dichtbij de leerlingen en weten welke behoeften ze hebben.

In het nieuwe stelsel schaft de overheid de leerlinggebonden financiering (LGF), ook wel het rugzakje genoemd, af. Het budget blijft wel helemaal beschikbaar, maar gaat voortaan rechtstreeks naar de samenwerkende scholen. De scholen binnen het samenwerkingsverband krijgen niet alleen het budget van de rugzakjes, ze krijgen ook de budgetten voor ambulante begeleiding en begeleiding in het speciaal onderwijs.
De scholen binnen de samenwerkingsverbanden zetten het geld zo doeltreffend mogelijk in. Dat betekent dat scholen binnen het samenwerkingsverband op zoek gaan naar passend onderwijs voor iedere leerling.

De samenwerkende scholen leggen afspraken vast in een ondersteuningsplan.
Dit doen ze minstens eens in de 4 jaar. In het ondersteuningsplan staat onder meer hoe de scholen:

  • het passend onderwijs in hun regio inrichten;

  • het geld voor extra ondersteuning besteden;

  • leerlingen naar het speciaal onderwijs verwijzen;

  • ouders informeren.

Om ouders en leraren zeggenschap over het ondersteuningsplan te geven, krijgen de samenwerkingsverbanden een eigen medezeggenschapsraad. De Inspectie voor het Onderwijs betrekt het ondersteuningsplan bij het toezicht.

Wilt u meer weten? In Hoofdpunten Passend Onderwijs kunt u meer lezen.

 

 

Leermoeilijkheden

 

 

Leermoeilijkheden


“Leermoeilijkheden” is een onderdeel van het deelgebied Competentie van het SMW-Model. De competentie van leerlingen met betrekking tot school wordt namelijk beïnvloed door leermoeilijkheden.


Bij leermoeilijkheden wordt onderscheid gemaakt tussen leerproblemen en leerstoornissen. Leerproblemen treden op wanneer er onvoldoende stimulatie is in de omgeving of er sprake is van een beneden gemiddelde intelligentie. Men noemt deze ook wel secundaire leerproblemen. De persoon in kwestie vertoont leermoeilijkheden op allerlei vlakken. Leerstoornissen daarentegen zijn primaire leerproblemen. Leerlingen met leerstoornissen beschikken gewoonlijk over een normale intelligentie. Belangrijke kenmerken van leerstoornissen zijn dat ze persisterend en specifiek zijn. Persisterend houdt in dat de leerling bepaalde leerproblemen altijd met zich mee zal dragen. Voorbeelden van leerstoornissen zijn dyslexie (een opvallend probleem met het leren lezen en/of spellen) en dyscalculie (een verzamelnaam voor uiteenlopende rekenstoornissen).


In de onderstaande opdracht krijgen leerlingen de taak om naar hun eigen leermoeilijkheden te kijken. Ze gaan eerst brainstormen over dingen die zij in het algemeen moeilijk vinden. Daarna kijken ze naar specifieke taken en vakken. Vervolgens gaat de leerling opzoek naar middelen, die ervoor zorgen dat de leerling zo min mogelijk last heeft van zijn leermoeilijkheden. Als begeleider is het belangrijk om de leerling hierin te begeleiden. De opdracht vraagt veel zelfkennis van de leerling.  

Leermoeilijkheden – aanpak

Organiseren

 

 

Organisatie


Organiseren is een studievaardigheid, een onderdeel van het deelgebied Competentie van het SMW-Model. Organiseren is een vaardigheid die leerlingen moeten leren. Als leerlingen naar het voortgezet onderwijs gaan moeten zij veel meer organiseren dan zij gewend zijn. De agendavoering en het plannen, maar ook de aanpak van leerwerk krijgt steeds meer aandacht.


Bij organisatie gaat het om de organisatie van schoolspullen, werkplek en taken. Hoe georganiseerde de leerling werkt, hoe beter de de leerling het overzicht kan houden en hoe efficiënter de leerling kan werken.


In de opdracht moeten leerlingen gaan nadenken over hoe zij hun schoolspullen, taken en werkplek gaan organiseren. Door hier mee bezig te zijn, raken leerlingen zich meer bewust van het voordeel van organiseren. Zij gaan organiseren door zich voor te bereiden, een plan te maken en het plan uit te voeren. Als begeleider is het belangrijk om dit proces te blijven volgen.

 

Organiseren – aanpak

SMW-Model Competentie

 

Het SMW- Model – Competentie

 

De komende maanden wil ik u kennis laten maken met het onderwijsmodel van Studiekring, het zogeheten SMW-Model. Het SMW-Model is het onderwijsmodel waar de begeleidingsmethode van Studiekring op is gebaseerd. Als begeleider kunt u het SMW-Model als leidraad gebruiken om de hulpvraag te achterhalen, leermoeilijkheden in kaart te brengen vanuit 3 verschillende invalshoeken, doelen te formuleren en afspraken te maken met de leerling.

 

Het SMW-Model omvat drie aandachtsgebieden. Op het moment wordt er gewerkt aan het ontwikkelen van een leidraad voor begeleiders, een verkorte versie van het Plan van Aanpak, die in de begeleiding van leerlingen bij Studiekring veel aandacht krijgt. Ik zal u laten zien hoe onderwijsdeskundigen bij Studiekring werken.

 

Onderwijsdeskundigen bij Studiekring maken tijdens intakegesprekken met de leerling en ouders een eerste stap in het SMW-model. Allereerst wordt geprobeerd zicht te krijgen op de Competentie van de leerling, ook wel het “kennen” en “kunnen”. Binnen het SMW-Model wordt de Competentie onderverdeeld onder Vakinhoud, Studievaardigheden en Leermoeilijkheden. We lopen de onderdelen van Competentie één voor één door:

 

Vakinhoud

Bij vakinhoud gaat het echt om het vak. In elk leerjaar worden er bepaalde eisen gesteld aan de leerling. Een leerling moet bepaalde kennis bezitten en vaardigheden beheersen. Toetsmomenten worden gebruikt om te beoordelen hoe goed de leerling functioneert op school. Haalt de leerling meerdere onvoldoendes, dan gaan er belletjes rinkelen bij de ouders en de mentor. Waarom presteert deze leerling onder het gemiddelde? Geldt dit alleen voor bepaalde vakken of voor alle vakken?

 

Om een beeld te krijgen van vakinhoudelijke kennis en vaardigheden, wilt u antwoord krijgen op de volgende vragen:

 

1.) Allereerst neemt u de cijfers als uitgangspunt om meer zicht te krijgen op het presteren van uw leerling:

  • Is er in het cijfer-overzicht van de afgelopen weken een duidelijk patroon te zien? Wordt er in een bepaalde periode slechter gepresteerd voor één of meerdere vakken?

  • Is er een duidelijk verschil op te merken in behaalde cijfers voor SO's en PW-en?

  • Wat zijn de gemiddelde cijfers per vak? Is daar nog iets opvallends in aan te merken?

  • Specifiek voor vakken waar de prestaties onder het gemiddelde liggen: zijn er voor deze vakken ook voldoendes gehaald?

 

2.) Vervolgens neemt u de visie van uw leerling als uitgangspunt. Bespreek alle vakken heel nauwkeurig.

  • Welke vakken gaan goed? Kun je ook uitleggen wat goed gaat? Zijn er voor deze vakken ook onderdelen van de stof die je moeilijk vindt?

  • Welke vakken gaan minder goed? Wat gaat goed? Wat vind je lastig?

  • Welke vakken gaan slecht? Kun je ook uitleggen wat er precies fout gaat? Zijn er voor deze vakken ook onderdelen van de stof die makkelijker of beter gaan?

 

3.) Daarna neemt u de visie van de docenten en de ouders als uitgangspunt.

 

4.) Tot slot vraagt u bij ouders na of er nog bijzonderheden zijn. Bijvoorbeeld informatie van de basisschool.

 

5.) Daarna bespreekt u met de leerling hoe het op de basisschool is gegaan, zodat u kunt achterhalen of er mogelijk achterstanden zijn die een negatieve invloed hebben op schoolprestaties.

  • Waren er onderdelen die heel goed gingen of juist minder goed of slecht?

  • Heb je op de basisschool extra begeleiding gekregen in bijvoorbeeld Rekenen en/of Taal?

 

6.) Tot slot is het handig om te weten of de leerling bijlessen heeft gevolgd of volgt.

  • Volg je bijlessen voor bepaalde vakken?

  • Wat is het plan van aanpak tijdens de bijles? Wat vind je daar in prettig?

 

Studievaardigheden

Studievaardigheden zijn methoden die leerlingen helpen om goed bij te blijven met huiswerk en goed voorbereid te zijn op toetsmomenten. Leerlingen die goede studievaardigheden beheersen, studeren vaak gemakkelijker. Voorbeelden van studievaardigheden zijn de agendavoering, de planning, leermethoden en het organiseren van schoolspullen en een geschikte werkplek.

 

Agendavoering

De juiste agenda kiezen is de eerste stap. Het is aan te raden om een agenda te kiezen waarop alle dagen van de week zichtbaar zijn op twee bladzijden, zodat een leerling overzicht heeft over het huiswerk van een week. Bij agendavoering kan onderscheid gemaakt worden tussen “informatie verzamelen” en “agenda invullen”. Meer informatie over dit onderwerp kunt u vinden op de Community Studiebegeleiding.

 

Plannen

Plannen is een studievaardigheid die we gebruiken om structuur aan te brengen in het werk. Een planning maken helpt de leerling bij te blijven met maakwerk en goed voorbereid te zijn op leerwerk. Als je aan leerlingen vraagt of ze een planning hebben gemaakt, zeggen ze vaak dat ze de planning in hun hoofd hebben zitten. Om een planning te beoordelen, is het belangrijk om de planning op te schrijven. De planning kan genoteerd worden in de agenda of op een apart blad.

Plannen kun je op verschillende manieren doen. Iedereen heeft daarin zijn eigen stijl. In het begin zal het wat tijd kosten. Het is een vaardigheid die geoefend moet worden. Eenmaal aangeleerd zal een leerling het altijd kunnen gebruiken. Meer informatie over dit onderwerp kunt u vinden op de Community Studiebegeleiding.

 

Leermethoden

Bij leermethoden kan er onderscheid gemaakt worden tussen “het leren en begrijpen van teksten”, “het leren van losse feiten, begrippen, definities en woordjes” en “het leren voor exacte vakken”. Er staat op de Community Studiebegeleiding veel informatie over leermethoden. Meer informatie over dit onderwerp kunt u hier vinden.

 

Leermoeilijkheden

Bij leermoeilijkheden wordt er onderscheid gemaakt tussen leerproblemen en leerstoornissen.

 

Leerproblemen treden op wanneer er onvoldoende stimulatie is in de omgeving of er sprake is van een ondergemiddelde intelligentie. Men noemt deze ook wel secundaire leerproblemen. De persoon in kwestie vertoont leermoeilijkheden op allerlei vlakken.

 

Leerstoornissen daarentegen zijn primaire leerproblemen. Men vermoedt dat ze erfelijk zijn en personen met leerstoornissen bepaalde neurologische 'afwijkingen' bezitten. Kinderen met leerstoornissen beschikken gewoonlijk over een normale intelligentie. Belangrijke kenmerken van leerstoornissen zijn dan ook dat ze persisterend en specifiek zijn.

 

  • Persisterend: de leerstoornis zal nooit 'weggaan'. Mits goede hulpverlening kan de persoon met een leerstoornis geslaagd functioneren in het onderwijssysteem, maar hij/zij zal altijd problemen ondervinden op een specifiek vlak. In de regel moet dus het leerproces, de didactiek, de leerdoelen aanpassen aan de persoon.

  • Specifiek: de stoornis is specifiek voor taal, rekenen.

 

Enkele voorbeelden van leerstoornissen:

Dyslexie: dyslexie is een opvallend probleem met het leren lezen en/of spellen.

Dyscalculie: een verzamelnaam voor uiteenlopende rekenstoornissen

Niet-verbale leerstoornis: de stoornis levert vooral problemen op met de non-verbale communicatie.

 

Volgende maand zal ik het tweede aandachtsgebied Leeromgeving van het SMW-model uitvoerig beschrijven. Op de Community komen de aandachtsgebieden eveneens één voor één aan bod. De informatie over de aandachtsgebieden zal aangevuld worden met materialen. De materialen zullen u helpen om informatie te verzamelen, zodat u de hulpvraag in kaart kunt te brengen en vervolgens per aandachtsgebied samen met de leerling doelen kunt formuleren en afspraken kunt maken.

 

Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u mij bereiken via patriciahendrikx@studiekring.nl

 

Veel succes bij de begeleiding van uw leerling(en)!

 

Vriendelijke groeten,

Patricia

 

Hoe kan je als ouder je kind helpen? Vervolg

Geschreven door Renske Derksen

Extra uitleg over het maken van een plan van aanpak

 

 

Het maken van een plan van aanpak kan lastig zijn. Het hangt ook heel erg af van wat de aandachtspunten zijn van uw kind, zodat u beter weet op welke manier u het plan van aanpak het beste vorm kunt geven. Toch zijn er er algemene aanwijzingen die nuttig kunnen zijn.

 

→ Uw zou veranderingen kunnen bewerkstelligen en een plan maken middels SMART doelen. SMART staat voor: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden. Met behulp van een voorbeeld kan dit het best uitgelegd worden.

 

Stel dat een aandachtspunt van uw kind is punt 6 van omgeving/ relatie: Ik doe zoveel dingen buiten school dat mijn huiswerk er onder lijdt. Met behulp van SMART doelen zou u en uw kind dit als volgt aan kunnen pakken.

 

Specifiek: Omschrijf het probleem, doel en plan duidelijk en concreet. Omschrijf specifiek wat uw kind exact doet buiten schooltijden en hoeveel tijd hij/zij hier mee bezig is. Overleg vervolgens hoeveel tijd uw kind nodig heeft om al zijn/haar huiswerk af te krijgen en hoeveel tijd uw kind hier momenteel aan besteed. Hoeveel tijd komt uw kind te kort om het huiswerk voldoende af te maken en te leren? Wat is er specifiek nodig voor uw kind om voldoende tijd over te houden om het huiswerk voldoende te doen? Volstaat een andere planning of is het verstandiger om sommige activiteiten (tijdelijk) te schrappen? Stel ook specifiek vast wat jullie uiteindelijk willen bereiken, wie daar betrokken bij zijn en waarom jullie het plan/doel willen bereiken. Leerlingen zijn vaak beter gemotiveerd om aan aandachtspunten te werken als zij ook weten waarom ze het doen.

Onthoud: Hoe specifieker het probleem, plan, het doel geformuleerd is, hoe beter verandering bewerkstelligd kan worden.

 

Meetbaar: Hoe weten jullie uiteindelijk of het doel bereikt is, het plan tot positieve resultaten leidt? Als, naar aanleiding van het vorige punt, is besloten om een activiteit te schrappen of verminderen, evalueer dan vervolgens na een paar weken of uw kind nu wel meer tijd heeft voor zijn huiswerk. Krijgt hij/zij zijn/haar huiswerk nu wel af en is er ook positief resultaat bij de behaalde cijfers te zien? Stel duidelijk vast hoe de situatie was voordat jullie de veranderingen inzetten en evalueer geregeld op welke manier de situatie wel/niet is verbeterd.

 

Acceptabel: Is het plan dat jullie hebben gemaakt acceptabel? Zijn jullie (ouder en kind) bereid jullie te verbinden aan de doelstelling. School is belangrijk, maar het sociale leven van adolescenten ook. Probeer samen te overleggen welke activiteit van uw kind het meest zinvol en ook meest acceptabel is om te verminderen.

Voor de 'A' van de SMART doelen zou je ook 'activerend' of 'actiegericht' kunnen neerzetten. Het plan/ de verandering die jullie maken zou tot actie en energie moeten leiden. Het is zeer aan te raden om het plan positief te formuleren en uw kind ook duidelijk inspraak te laten hebben in het plan. Op deze manier wordt de kans vergroot dat het plan tot een succesvol resultaat leidt.

 

Realistisch: Dit is een heel belangrijk aspect. Is het doel haalbaar? Is het een realistisch, aanvaardbaar plan? Of zijn de inspanningen die uw kind zou moeten leveren onaanvaardbaar, te hoog? Een onrealistisch, onhaalbaar doel zal zeer waarschijnlijk enkel tot frustratie en vervolgens minder motivatie leiden.

Met betrekking tot bovengenoemd voorbeeld: Zal het besluit om bijvoorbeeld een hobby te verminderen daadwerkelijk tot betere resultaten leiden? Of is de kans groot dat het een tegenovergesteld effect heeft. Hobby's zorgen bijvoorbeeld ook voor ontspanning. Misschien kan uw kind na het uitvoeren van deze hobby zich juist beter concentreren. Of kan hij/zij zich juist beter toe zetten tot het maken van huiswerk als hij/zij weet dat hij die avond zich kan richten op zijn/haar hobby. Overleg met uw kind wat de activiteit is die het best verminderd kan worden. Welke heeft de minste waarde voor uw kind? Ga ook na of het verminderen van een bepaalde hobby ook werkelijk zoden aan de dijk zet. Stel uw kind is dagelijks na schooltijd 5 uur per dag bezig met hobby's. Een uur minder per week zal tot weinig veranderingen leiden in de mate waarin uw kind tijd heeft voor zijn/haar huiswerk. Probeer naar onder andere deze aspecten realistisch te kijken.

 

Tijdsbepaling: Stel met uw kind vast wanneer hij/ zij een activiteit gaat minderen. Wanneer gaan jullie evalueren of het werkelijk effect heeft gehad? En stel samen vast wanneer jullie willen dat het doel bereikt moet worden.

 

Naast het werken middels SMART zijn er ook algemene aspecten waar u op kunt letten bij het maken van een plan van aanpak.

 

→ Probeer niet te veel aandachtspunten in een keer te veranderen.

 

→ meestal leidt het werken middels kleine stappen (zeker als er dingen veranderd moeten worden) beter dan middels grote stappen.

 

→ Maak duidelijke, concrete afspraken en laat uw kind zich hier ook aan houden.

 

→ Laat uw kind ook meedenken wat hij/zij denkt nodig te zijn voor veranderingen.

 

→ Schrijf het plan en afspraken ook op. Op deze manier kunnen jullie er samen nog eens naar terug kijken. Moet er na verloop van tijd iets veranderd worden in het plan, wat is bereikt en wat nog niet?

 

→ Overleg ook met anderen (mentoren, andere ouders, huiswerkbegeleiders) en laat uw kind ook met klasgenoten overleggen als jullie er samen niet uit komen.

 

Beloon uw kind als hij/ zij serieus bezig is om aandachtspunten te verbeteren

 

Vergeet niet: geef ook aandacht aan kwaliteiten van uw kind, positieve aspecten. Kan uw kind zijn kwaliteiten inzetten om zijn aandachtspunten te verbeteren.

Hoe kan je als ouder je kind helpen?

Geschreven door Renske Derksen

Ouders willen graag dat hun kinderen met plezier naar school gaan en ook het goed doen op school. Wanneer het minder goed gaat met een kind op school willen ouders graag helpen. Maar hoe kan je je kind het best helpen? Omdat elk kind verschillend is is er niet een formule die voor alle kinderen werkt. Wel is het voor alle kinderen, waar het niet geheel lekker loopt op school (of voor preventie), belangrijk om duidelijk te krijgen wat aandachtspunten zijn. Met behulp van de drie basisprincipes waar Studiekring mee werkt kan hier meer zicht over worden gekregen.

 

 

Studiekring gaat uit van competentie, omgeving/relatie en autonomie. Competentie betreft studievaardigheden en vakinhoudelijk kennis. Bij omgeving gaat het om de fysieke en sociale leeromgeving. Autonomie omvat zelfstandigheid, inzicht en motivatie. Studiekring heeft aan de hand van deze basisprincipes een vragenlijst ontwikkeld voor leerlingen en ouders. Een zeer verkorte versie vindt u hieronder.

 

Om meer zich te krijgen waar uw kind goed en minder goed in is is het aan te raden dat u en uw kind onderstaande vragenlijst in te vullen. Middels onderstaande stappen kunt en uw kind de vragenlijst invullen. Indien u vragen heeft, extra hulp wilt, of graag de gehele vragenlijst wilt ontvangen kunt u mailen naar renskederksen@studiekring.nl of patriciahendrikx@studiekring.nl

Begeleidingsplan voor ouders

 

Studiekring Zaandam bereidt voor op de middelbare school

Geschreven door Patricia Hendrikx

30 mei 2012 19:00-21:00 uur Gratis Ouderworkshop 

Leerlingen van groep 8 staat veel te wachten: de Cito-toets, de NIO-toets, afscheid nemen van de basisschool en een keuze maken voor een middelbare school. Het is best spannend om van oudsten van de school ineens brugklassers te worden! Ook verandert er veel als je begint aan de middelbare school. Je moet vaak verder weg naar school, je krijgt meer vakken, meerdere docenten, je moet anders gaan leren en je krijgt huiswerk. Voor veel leerlingen is dit best lastig.


Studiekring kan je helpen met de voorbereiding op de verandering in de manier van leren en het plannen van huiswerk. Op 30 mei wordt op de vestiging in Zaandam aan de Gedempte Gracht 10 (3e verdieping) speciaal voor ouders een workshop gegeven. Zij krijgen advies hoe zij hun kind het beste kunnen helpen bij de overstap naar het voortgezet onderwijs.  Wat is het verschil tussen opdrachten maken en leren voor een toets, en hoe pak je dat aan? Hoe plan je je huiswerk? Hoe gebruik je naslagwerken?
 
Dit soort vragen komen aan bod wanneer je gaat oefenen met studievaardigheden. Studievaardigheden kunnen je helpen met plannen, het schrijven van een opstel of een werkstuk, het maken en leren van huiswerk. Verder kunnen studievaardigheden je inzicht geven in je sterke punten en je aandachtspunten, zodat je weet wat je al goed kunt en waar je meer tijd aan moet besteden.
 
Anika Schurink (docent-begeleider bij Studiekring Zaandam): 'Leerlingen uit groep 8 die bij mij werken aan studievaardigheden gaan nu al op zoek naar de manier van leren die het beste bij hen past. Ze proberen verschillende manieren uit en maken zo kennis met samenvatten, het maken van mindmaps, verschillende manieren van woordjes leren en opzoekmethodes. Ze leren veel over zichzelf en wat hun goede punten zijn en waar ze nog wat meer aandacht aan moeten besteden. Hierdoor voelen ze zich beter voorbereid op de middelbare school. Bovendien vinden ze het ook leuk om uit te vinden op welke manier zij het liefste leren: met plaatjes en schema's, of juist met tekst. Door hardop voor te lezen, of juist door alles in stilte te doen. Behalve leerzaam is het dus ook een leuke ontdekkingstocht!' 
 
Khaan kuk (groep 8): 'Ik vind het erg leuk en interressant om te leren over studievaardigheden. Het is handig omdat, je kunt leren hoe je volgend jaar in de brugklas je lessen kunt leren. En het is ook nog eens leuk want je moet ook dingen doen zoals een betoog schrijven. Het boek geeft je ook handige tips, voorbeelden en mogelijkheden om later op de hoge school jou lessen te leren. Het is ook leuk om in het werkboek te werken dit kun je samen of alleen doen het leert je ook nog een betere planing van je huiswerk te maken (dan heb je het daar makkelijker mee volgend jaar). Ik ben blij dat ik bij studiekring studievaardigheden krijg zodat ik het niet meer zo moeilijk heb volgend jaar!!!!'

Aanmelden voor de gratis ouderworkshop kan via www.studiekring.nl/huiswerkbegeleiding-bijles-zaandam/ of via patriciahendrikx@studiekring.nl  

 

Khaan Kük (groep 8 ) en Anika Schurink (Docentbegeleider Studiekring Zaandam)

Leermethoden

Geschreven door Patricia Hendrikx

Vaak kennen leerlingen maar één manier van leren, namelijk het lezen van de leerstof. Zij noemen dit ook wel leren of doornemen van de stof. Er zijn echter andere manieren om de leerstof beter te onthouden. Het kost op korte termijn meer energie, maar op lange termijn zal de leerling er veel meer baat bij hebben.

De leerstof blijft veel langer in het geheugen hangen, kan beter gebruikt worden om problemen op te lossen (bijvoorbeeld inzichtsvragen of toepassen van de leerstof), om nieuwe leerstof sneller en beter te begrijpen, enz.

De volgende opdracht geeft de leerling niet alleen meer zicht op dat er meerdere manieren zijn om de leerstof te leren, maar ook dat elk vak een andere aanpak nodig heeft.

Bij de volgende opdracht is het de bedoeling dat u de leerling vraagt welke van de leermethoden in het overzicht het beste passen bij een bepaald vak en waarom. Daarnaast kunt u met  de leerling andere leermethoden bedenken. U kunt met de leerling vervolgens overleggen welke leermethode de leerling het liefst zou willen gebruiken de komende tijd.

 Opdracht Overzicht Leermethoden