De examenstof van CKV voor vmbo:

Kunstvakken I bestaat uit een examenonderdeel van 40 uur voor culturele en kunstzinnige vorming in het algemeen verplichte gemeenschappelijk deel van de leerwegen. Het moment van afsluiting van dit onderdeel is door de school naar keuze te programmeren in leerjaar drie of vier, of een combinatie van beide leerjaren.

Culturele activiteiten

1. Je hebt tenminste vier verschillende culturele activiteiten ondernomen.De culturele activiteiten worden zo verdeeld over de verschillende kunstdisciplines beeldende vormgeving, dans, drama en muziek, dateen brede spreiding wordt gestimuleerd Daarbij moet gedacht worden aan:

  • het bezoeken van tentoonstellingen en/of collecties voor beeldende kunst en/of vormgeving (waaronder ook film-, foto, video en multimedia kunst);
  • het bezoeken van concerten, dans-, theater en filmvoorstellingen, of repetities, enz.
  • het bezoeken van interdisciplinaire kunstvormen, zoals theatershows;
  • het deelnemen aan excursies (architectuurwandelingen, beeldenroutes en dergelijke) en het bezoeken van ateliers, werkplaatsen, archieven, monumenten, historische stadskernen, enz.

2. Je kunt eigen keuzes maken uit het culturele aanbod.

Reflectie en kunstdossier

1. Je hebt een kunstdossier samengesteld

2. Je doet in dat kunstdossier verslag van de culturele activiteiten en de voorbereidingen daarvan, door middel van woord, beeld, beweging en/of geluid en eventueel met gebruik van ICT

3. Je kunt aan de hand van zijn kunstdossier reflecteren op zijn ervaringen, interpretaties en waarderingen. Dat kan in de vorm van een gesprek, een werkstuk of een presentatie.

De examenstof van CKV voor havo/vwo:

Domein A: Culturele activiteiten

1.  Je hebt actief deelgenomen aan tenminste 6 (havo), respectievelijk 8 (vwo) culturele activiteiten. De culturele activiteiten zijn gespreid naar de verschillende kunstdisciplines in beeldende vormgeving, dans, drama, literatuur en muziek.

Domein B: Kennis van kunst en cultuur

2. Je kunt vorm, inhoud, functie en historische achtergronden aangeven van kunstuitingen en daarbij ingaan op:

  • onderlinge relaties tussen deze aspecten;
  • relaties tussen kunstdisciplines;
  • invloeden die (sub)culturen op elkaar kunnen hebben.

Domein C: Praktische activiteiten

3. Je hebt actief deelgenomen aan praktische activiteiten gericht op het maken van een eigen werkstuk of productie binnen een of meer kunstdisciplines.

Domein D: Reflectie

4. Je kunt met betrekking tot de culturele activiteiten:

  • verslag doen van zijn ervaringen, interpretaties en waarderingen;
  • deze toelichten onder verwijzing naar vorm, inhoud, functie en historische achtergronden;
  • deze koppelen aan ervaringen met praktische activiteiten;
  • aan de hand daarvan reflecteren op zijn keuzen en zijn ervaringen